NL Symfonieorkest gehouden aan toezegging dat haar naam uitsluitend in buitenland gebruikt zou worden

04-09-2014 Print this page
IEPT20140903, Rb Amsterdam, NL Symfonieorkest v NL Philharmonisch Orkest
(Met dank aan Lars Bakers, Bingh Advocaten)

Uit correspondentie uit 1996 en 1997 blijkt dat overeenstemming is bereikt over dat NedSym naam Nederlands Symfonieorkest uitsluitend in buitenland zou gebruiken. Niet gebleken dat directeur niet bevoegd zou zijn tot sluiten overeenkomst, geen gewijzigde omstandigheden die tot ontbinding overeenkomst moeten leiden, overeenkomst niet nietig wegens strijd met mededingingswet en geen dwaling. Overeenkomst heeft karakter  van vaststellingsovereenkomst en is in casu niet opzegbaar.

 

OVEREENKOMST

 

Nederlands Symfonieorkest (NedSym) vordert een verklaring voor recht dat de correspondentie tussen haar en Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPho) niet heeft geresulteerd in een afdwingbare overeenkomst tussen partijen, subsidiair dat deze nietig is en meer subsidiair dat deze is opgezegd. Zie ook IEPT20120406 (vzr) en IEPT20130625 (hof). De vorderingen worden afgewezen.

 

Met het Hof (IEPT20130625) oordeelt de rechtbank dat uit de correspondentie uit 1996 en 1997 tussen partijen de conclusie kan worden getrokken dat overeenstemming is bereikt over het gebruik door NedSym van de aanduiding Netherlands Symphony Orchestra louter voor optredens in het buitenland – en daarmee tevens over het niet optreden in het Nederlandse gebied onder die naam. Dat de directeur van NedSym niet bevoegd zou zijn geweest om een dergelijke overeenkomst te sluiten is niet gebleken. Uit de statuten blijkt dat de directie de onderneming leidt en naar het oordeel van de rechtbank valt onder het leiden van de onderneming ook het maken van afspraken met betrekking tot de naam die het orkest naar buiten toe gebruikt.

 

NedSym heeft verder gesteld dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, waardoor de overeenkomst zou moeten worden ontbonden. De rechtbank is met NedPho van oordeel dat, wat er ook van die gewijzigde omstandigheden zij, door NedSym niets is gesteld dat aannemelijk zou kunnen maken dat slechts de naam Nederlands Symfonieorkest een adequate reactie op die gewijzigde omstandigheden zou zijn. De gevorderde nietigheid van de overeenkomst wegens gestelde strijdigheid met artikel 6 Mededingingswet wordt afgewezen. Waarom de mogelijkheid voor NedSym om zich te profileren als orkest van nationale allure slechts mogelijk zou zijn indien NedSym gebruik kan maken van de naam Symfonieorkest, wordt op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl onbetwist is dat de overeenkomst onverlet laat dat NedSym gebruik kan maken van willekeurig welke naam dan ook.

NedSym stelt voorts dat zij in de waan is gebracht dat NedPho een recht had zich te verzetten tegen het gebruik van de naam Nederlands Symfonieorkest, terwijl dat niet het geval was. Volgens de rechtbank is er echter geen sprake van dwaling, omdat uit de correspondentie blijkt dat NedPho uitdrukkelijk in het midden heeft gelaten of er formeel juridisch een grondslag was voor een verbod, maar dat ter voorkoming van een juridische strijd partijen een minnelijke regeling zouden moeten treffen. Ook wordt opgemerkt dat de minnelijke regeling het karakter van een vaststellingovereenkomst heeft, waarbij dwaling weliswaar mogelijk is, maar in het beginsel nu juist niet ten aanzien van het onzekere punt dat partijen wensen te regelen. Nu is vastgesteld dat de overeenkomst het karakter van een vaststellingovereenkomst heeft, kan deze in beginsel niet worden opgezegd, terwijl geen feiten en omstandigheden zijn gebleken, waaruit blijk dat dat in dit specifieke geval anders is.

                                                                                                                                   

IEPT20140903, Rb Amsterdam, NL Symfonieorkest v NL Philharmonisch Orkest