(Met dank aan Lars Bakers, BINGH Advocaten en Iris Jansen en Rutger van Rompaey (Van Benthem & Keulen)
Geen merkinbreuk: onvoldoende aannemelijk dat ASC daadwerkelijk Australian Gold producten heeft ingekocht bij partijen die niet tot distributienetwerk Australian Gold behoren. ASC heeft wel onrechtmatig gehandeld jegens B&H: voorshands voldoende aannemelijk dat producten die niet aan Europese en NL regelgeving voldoen zijn aangeboden in de winkel.
MERKENRECHT – ONRECHTMATIGE DAAD
Kort geding. Australian Gold is houdster van een aantal “AUSTRALIAN GOLD” merken en houdt zich bezig met het verkopen van bruiningslotions en zonnebrandcremes. B&H is een groothandel in cosmetica die een licentie heeft voor het gebruik en het handhaven van de intellectuele eigendomsrechten van Australian Gold. ASC verkoopt zonnecosmetica van het merk Australian Gold. B&H stelt dat ASC merkinbreuk maakt en onrechtmatig jegens haar handelt.
B&H heeft in het licht van de gemotiveerde betwisting door ASC onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van merkinbreuk. Niet is gebleken dat ASC daadwerkelijk Australian Gold producten heeft ingekocht bij partijen die niet tot het distributienetwerk van Australian Gold behoren. Daartegenover staat dat wel is gebleken dat de producten hoofdzakelijk bij JTG, een bedrijf dat tot het distributienetwerk van Australian Gold behoort zijn betrokken, waardoor ze dus rechtmatig in de EER zijn ingebracht. Ook het ontbreken van labels op producten van ASC leidt niet tot inbreuk, omdat distributeur JTG, die tot het distributienetwerk behoort producten op de markt brengt zonder label.
ASC heeft wel onrechtmatig gehandeld jegens B&H. Niet in geschil is dat bij ASC producten zijn aangetroffen die niet conform de Europese en Nederlandse regelgeving zijn gelabeld en waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken. Wel in geschil is of deze Australian Gold producten in de winkel zijn verhandeld. Ter zitting heeft de advocaat van B&H verklaard dat de deurwaarder aan hem heeft bevestigd dat de in het proces-verbaal vermelde in beslag genomen producten uitsluitend in de winkel zijn aangetroffen en niet in het magazijn van het bedrijfspand. Hoewel dit niet in het proces-verbaal als zodanig is opgenomen, acht de voorzieningenrechter dit voorshands voldoende om aan te nemen dat de producten in de winkel zijn aangeboden.
De in reconventie gevorderde opheffing van het bewijsbeslag wordt afgewezen, omdat hoewel vooralsnog niet in voldoende mate is komen vast te staan dat ASC zich schuldig maakt aan merkinbreuk, niet is uit te sluiten dat dit na nader onderzoek in de bodemprocedure alsnog komt vast te staan. Het derdenbeslag wordt wel opgeheven.