Geen verwarringsgevaar tussen ‘SO’BiO etic’ en ‘SO…?’

Print this page 29-06-2017
IEPT20140923, GEU, Groupe Lea Nature SA v OHIM

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositieprocedure tegen het Uniebeeldmerk met het woordelement SO’BiO etic voor waren uit de klasse 3 en 25 (zepen en kleding). Beroep werd ingesteld door de eigenaar van o.a. het oudere Uniewoordmerk SO…? Voor waren uit de klasse 3 en 25 (zepen en kleding).

Het beroep slaagt. De eerste twee grieven van appellant, over schending van de beginselen van een behoorlijk proces en vaststelling van normaal gebruik van het oudere Uniemerk, falen. Het derde grief betoogt dat de Kamer van Beroep onjuist oordeelde over het verwarringsgevaar tussen het oudere merk en het nieuwere merk. Dit middel slaagt. Het Gerecht stelt vast dat het relevante publiek en de relevante waren voor beide merken hetzelfde zijn. Echter, het element SO kan in het nieuwere merk niet als dominant element worden aangemerkt, in tegenstelling tot hetgeen de Kamer van Beroep oordeelde. Om deze reden is er geen sprake van visuele overeenstemming, en slechts een beperkte mate van fonetische en conceptuele overeenstemming. Dit is niet genoeg om de verschillen tussen de merken te overkomen en als zodanig bestaat er geen verwarringsgevaar. De oppositie wordt verworpen.

79 It follows that the signs at issue have a different length and structure and that, apart from the word element ‘so’, which does not dominate the overall impression, they are not visually similar.

90 It follows from the foregoing considerations that the signs at issue are not visually and conceptually similar and that they are phonetically similar to a very low degree. It must be stated that the phonetic similarity found is not sufficient to offset the significant differences found between the signs at issue.

 

Lees het arrest hier.