Onrechtmatig gewapperd vanwege onjuiste mededelingen over IE-rechten op ankers

07-10-2014 Print this page
IEPT20141003, Rb Den Haag, Mooreast v Vryhof
(Met dank aan Sven Klos en Sebastiaan Brommersma, Klos Morel Vos & Schaap)

Rechtbank Den Haag bevoegd 102 Rv: schadebrengend feit doet zich mede voor in arrondissement Den Haag. Nederlands recht van toepassing: schade doet zich voor / dreigt zich voor te doen in Nederland. Vryhof heeft onrechtmatig gewapperd: voldoende aannemelijk dat mededelingen over IE-rechten op ankers onjuist zijn en Vryhof schade heeft geleden / dreigt te gaan lijden.

 

PROCESRECHT - IPR - ONRECHTMATIGE DAAD

 

Kort geding. Mooreast produceert en verkoopt ankers, met name bestemd voor gebruik in de zogeheten offshore industrie. Vryhof houdt zich onder meer bezig met het ontwerpen van ankers voor de offshore industrie en zij brengt sinds 1993 onder meer de Stevpris en Stevshark ankers op de markt. Partijen hebben in het verleden samengewerkt.  Vryhof heeft een brief verstuurd aan een onderneming in Groot-Brittannië, waarin zij onder meer stelt dat Mooreast ankers heeft verkocht die lijken op echte Stevpris en Stevshark ankers en dat juridische stappen zijn ondernomen tegen bedrijven die kopieën van echte ankers hebben verkocht. Mooreast vordert staking van de mededelingen, rectificatie en opgave van (rechts)personen aan wie de brief is verzonden. De vorderingen worden toegewezen.

 

De rechtbank acht zichzelf bevoegd op grond van artikel 102 Rv, omdat in de brief wordt gedreigd met het melden van de gestelde inbreuk aan de juridische afdeling van Shell, dat in Rijswijk gevestigd is, waardoor het schade brengende feit zich (mede) voordoet althans dreigt het zich voor te doen in het arrondissement Den Haag. Het Nederlandse recht is van toepassing op grond van artikel 4(1) Rome II Vo, omdat de schade zich in Nederland voordoet of zich in Nederland voor dreigt te doen.
 

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Vryhof onrechtmatig gewapperd. Het is voldoende aannemelijk geworden dat de door Vryhof gedane mededelingen in de brief onjuist zijn en dat Vryhof dit wist of behoorde te weten. Zo heeft zij de stelling dat zij over IE-rechten zou beschikken onvoldoende onderbouwd. Dat Mooreast schade heeft geleden dan wel dreigt te lijden als gevolg van de mededeling is aannemelijk. De boodschap dat Mooreast inbreuk maakt op IE-rechten van Vryhof wordt aangevuld met de mededeling dat Vryhof juridische maatregelen zou treffen indien nodig waaronder het leggen van beslag op ankers bij derden en dat zij zich het recht voorbehoud om eindgebruikers waaronder “the major oil & gas companies” te informeren. Hierdoor is het aannemelijk dat klanten van Mooreast afkerig worden van het doen van zaken met Mooreast om juridische procedures te vermijden. Voorshands is de brief ook naar Singaporees recht onrechtmatig.

 

IEPT20141003, Rb Den Haag, Mooreast v Vryhof