Geen exploitatieverplichting “IederSpelt” en onderhandelingen mochten worden afgebroken
09-10-2014 Print this page
Geen onvoorwaardelijke exploitatieverplichting programma “IederSpelt” door Bekadidact: geen verplichting in (niet ondertekende) intentieverklaring, ook niet na toepassing Haviltexmaatstaf. Bekadidact gerechtigd om onderhandelingen af te breken, gezien grote investering en feit dat programma negatief uit test kwam. Geen verplichting BVEO om ontwikkelingskosten van Bekadidact te betalen: niets afgesproken over gevolgen afbreken onderhandelingen, handelen volgens niet-ondertekende intentieverklaring kan worden gezien als stilzwijgende voorovereenkomst en Bekadidact heeft BVEO niet in gebreke gesteld voor tekortkomingen in “IederSpelt”.
OVEREENKOMST
Hoger beroep tegen IEPT20110119, waarin de vorderingen van BVEO en de reconventionele vorderingen van Thieme zijn afgewezen. Partijen hebben in 2004 met elkaar gesproken over de ontwikkeling en uitgave van het interactieve webbased spellingsprogramma “IederSpelt”. De gesprekken hebben geresulteerd in een niet ondertekende intentieverklaring, maar niet tot een gesloten overeenkomst. Bekadidact (thans ThiemeMeulenhoff) heeft uiteindelijk besloten om “IederSpelt” niet uit te gaan geven. Thans vordert BVEO een schadevergoeding voor de schade die zij lijdt ten gevolge hiervan. In het incidentele beroep vordert Thieme betaling van door haar ten behoeve van het programma gemaakte ontwikkelingskosten van € 191.990. Het vonnis wordt bekrachtigd.
Anders dan BVEO stelt, heeft Bekadidact zich niet contractueel verplicht tot het uitgeven van “IederSpelt”. In de intentieverklaring is namelijk geen verplichting tot uitgeven opgenomen en ook na uitleg aan de hand van de Haviltexmaatstaf kan een dergelijke verplichting daaruit niet worden afgeleid. Partijen hebben wat betreft de beoogde definitieve overeenkomst niet het stadium bereikt dat hetgeen hen nog verdeeld hield eventueel aan de hand van de redelijkheid en de billijkheid kan worden aangevuld. Ook heeft Bekadidact geen gerechtvaardigd vertrouwen bij BVEO opgewekt dat zij het programma zou gaan uitgeven.
Bekadidact was volgens het hof gerechtigd om de onderhandelingen over de overeenkomst af te breken. Uit de samenwerking en inspanningen vanaf 2005 mocht BVEO er op grond van het e-mailverkeer met Bekadidact gerechtvaardigd op vertrouwen dat partijen tot een overeenkomst zouden komen, indien het programma positief uit de test zou komen. Omdat het programma negatief uit de test kwam mocht Bekadidact derhalve de onderhandelingen afbreken.
Het incidentele beroep wordt eveneens afgewezen. De intentieverklaring regelt niet de gevolgen van het afbreken van de onderhandelingen en hier is ook blijkens de correspondentie tussen partijen niet over gesproken. Omdat partijen handelden conform de niet-ondertekende intentieverklaring, kan tussen partijen een stilzwijgende voorovereenkomst worden aangenomen, waarvan de inhoud - mede - wordt bepaald door de intentieverklaring. Bekadidact heeft – nagenoeg – conform de intentieverklaring betaald voor geleverde werkzaamheden en ondanks het melden van het feit dat het programma veel fouten bevatte BVEO niet in gebreke gesteld. Voorts is bij het beëindigen van de samenwerking niet gesteld dat het programma niet aansloot op wat Bekadidact van het programma mocht verwachten, waardoor BVEo niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid noch onrechtmatig heeft gehandeld door een product te leveren dat – naar het oordeel van Bekadidact – niet geschikt was om in de beoogde markt te worden uitgegeven.