Verwarringsgevaar tussen beeldmerken met een witte ster in zwarte cirkel voor o.a tassen
13-10-2014 Print this page
Gemeenschapsmerk - Door aanvrager van het beeldmerk met een witte ster in een zwarte cirkel voor waren van de klassen 18, 24 en 25 ingesteld beroep tot vernietiging van beslissing R 2040/2011-5 van de vijfde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 8 mei 2012, houdende verwerping van het beroep tegen de beslissing van de oppositieafdeling die de inschrijving van dit merk gedeeltelijk weigert in het kader van de oppositie van de houder van de communautaire en nationale beeldmerken met een witte ster in een zwarte cirkel voor waren van de klassen 3, 9, 14, 16, 18, 20, 24 en 28.
Het beroep wordt verworpen. Verwarringsgevaar wordt aangenomen tussen het aangevraagd beeldmerk met een witte ster in een zwarte cirkel en de oudere beeldmerken met een witte ster in een zwarte cirkel. Er is sprake van identieke c.q. soortgelijke waren (o.m. tassen en textiel) en van visueel overeenstemmende en begripsmatig identieke tekens, terwijl een auditieve vergelijking van de tekens niet mogelijk is. Eventuele kleine verschillen tussen de tekens zullen het relevante publiek, bestaande uit de gemiddelde (Franse) consument waarschijnlijk niet bijblijven.
62 Derhalve bestaat in casu verwarringsgevaar aangezien de betrokken waren dezelfde of soortgelijk zijn en de conflicterende tekens overeenstemmen. Zoals de kamer van beroep in punt 22 van de bestreden beslissing terecht heeft vastgesteld, zullen de kleine verschillen tussen deze tekens het relevante publiek, met een gemiddeld aandachtsniveau, dat niet de kans heeft de merken naast elkaar te onderzoeken en bijgevolg een onvolkomen herinnering van de merken zal hebben, wellicht niet bijblijven.
Enkele interessante overwegingen over een latere vervallenverklaring van een ouder gemeenschapsmerk, waarop de oppositie deels is gebaseerd (rov. 19-29):
24 In de eerste plaats zij eraan herinnerd dat wanneer de vervallenverklaring van het merk waarop de oppositie is gesteund, dateert van na de beslissing van de kamer van beroep waarbij de oppositie op basis van dat merk is toegewezen, dit intrekking noch opheffing van laatstbedoelde beslissing inhoudt. Zoals het BHIM ter terechtzitting overigens eraan heeft herinnerd, wordt het vervallen verklaarde gemeenschapsmerk ingevolge artikel 55, lid 1, van verordening nr. 207/2009 immers geacht niet de in deze verordening bedoelde rechtsgevolgen te hebben gehad vanaf de datum van de vordering tot vervallenverklaring. Daarentegen heeft het gemeenschapsmerk tot aan die datum wel alle in titel II van deze verordening bedoelde gevolgen van de merkenrechtelijke bescherming genoten. Bijgevolg genoot het oudere gemeenschapsmerk op de datum waarop de bestreden beslissing is genomen, wel alle in deze bepalingen bedoelde gevolgen. Wanneer zou worden aangenomen dat het geding zonder voorwerp raakt wanneer in de loop van het geding een merk vervallen wordt verklaard, zou dat dus erop neerkomen dat het Gerecht rekening houdt met gronden waarvan na de vaststelling van de bestreden beslissing is gebleken en die noch invloed hebben op de gegrondheid van deze beslissing, noch gevolgen voor de oppositieprocedure die tot het onderhavige geding heeft geleid.
Lees het arrest hier.