Bewijsopdracht dat opdrachtgevers Alpi geen inbreuk op Converse-merken hebben gemaakt

14-04-2015 Print this page
IEPT20141015, Rb Den Haag, Converse v Alpi

Geen kennelijke fout in tussenvonnis (IEPT20130130) door wel [A], maar niet [C] te veroordelen tot inzage. Zaak niet aangehouden in afwachting hoger beroep tegen IEPT20101231. Alpi heeft inbreuk gemaakt op Converse-merken door verkoop van schoenen met Converse-tekens aan haar personeel. Overige inbreukvorderingen afgewezen: Alpi heeft in opdracht van haar opdrachtgevers gehandeld. Onvoldoende onderbouwd dat Alpi “auctor intellectualis” schoenen in opdracht van derden ingevoerd en verhandeld. Alpi is geen mede-inbreukmaker: voorbehouden handelingen niet voor rekening en risico Alpi uitgevoerd. Voorshands oordeel dat opdrachtgevers Alpi ten aanzien van 54 zendingen inbreuk op Converse merken hebben gemaakt, waardoor Alpi merkinbreuk heeft gefaciliteerd. Geen faciliteren inbreuk voor overige zendingen. Alpi krijgt gelegenheid voorshands bewezen merkinbreuk door opdrachtgevers te ontkrachten. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over te benoemen deskundigen inzake controle echtheidskenmerken in beslag genomen schoenen.

 

MERKENRECHT - PROCESRECHT

 

Converse produceert en verkoopt onder andere schoenen. Hiertoe is zij houdster van een aantal Gemeenschaps- en Benelux woord- en Beeldmerken. Alpi is een expeditiebedrijf dat zich daarnaast bezig houdt met de opslag en overslag van goederen. Nadat een aantal partijen schoenen door verschillende douanes zijn aangehouden heeft Converse beslag gelegd op de administratie van Alpi en op een partij schoenen met Converse-tekens. Volgens Converse maakt Alpi kort gezegd inbreuk op haar merkenrechten. Zie ook IEPT20130130 (tussenvonnis).

 

Het verzoek om aanhouding van de procedure in zaak 12-574 in afwachting van het hoger beroep tegen de beslissing van de voorzieningenrechter van 31 december 2010 (IEPT20101231) wordt afgewezen. Dat de rechtbank in haar tussenvonnis (IEPT20130130) [C] niet heeft veroordeeld, terwijl r.o. 5.23 de suggestie kan wekken dat ook [C] tot opgave zou worden veroordeeld, is geen kennelijke fout. Alpi heeft erop gewezen dat [C] als werknemer niet zomaar toegang heeft tot de administratie van Alpi die nodig is voor de opgave, terwijl de wel veroordeelde Alpi en haar bestuurder dat wel hadden. Gelet hierop kan het niet veroordelen van [C] niet als kennelijke fout worden aangemerkt.

 

Inbreuk

De rechtbank is van oordeel dat Alpi inbreuk heeft gemaakt op de Converse-merken door verkoop van een aantal schoenen met Converse-tekens aan haar personeel. Dat deze schoenen zijn ingekocht en verkocht blijkt genoegzaam uit de door Converse overgelegde inkoopfactuur en e-mailcorrespondentie. Dat de personeelsleden direct bij de opdrachtgever van Alpi zouden hebben ingekocht is onvoldoende onderbouwd. Ook is volstaat de enkele “betwisting bij gebrek aan wetenschap” dat de schoenen zouden zijn uitgeput niet.

 

De overige inbreukvorderingen worden afgewezen. Zo is geen sprake van in voorraad houden ter verhandeling van inbreukmakende schoenen door Alpi, aangezien zij de schoenen als logistiek dienstverlener in opslag heeft gehouden in opdracht van een aantal ondernemingen. Ook het ompakken van schoenen houdt geen inbreuk in, omdat dit in opdracht van de opdrachtgevers van Alpi is gebeurd. Verder heeft Converse onvoldoende onderbouwd dat Alpi op eigen naam schoenen heeft ingevoerd en uitgeslagen. Zij heeft niet zelf aangifte gedaan van invoer en de uitslag uitgevoerd in opdracht van haar opdrachtgevers. Er is geen sprake van gebruik van de schoenen in zakelijke stukken van Alpi, omdat de tekens in de zakelijke stukken niet zijn gebruikt “voor waren en diensten” in de zin van artikel 9(1) GMeV en 2.20(1) BVIE. De mogelijke verhulling door Alpi van inbreuken door haar opdrachtgevers is geen handeling die als merkenrechtelijke inbreuk kan worden beschouwd.

 

Alpi kan niet als mede-inbreukmaker worden gekwalificeerd. Uit de stukken blijkt niet dat Alpi de “auctor intellectualis” is van de inbreuken. Converse heeft verder gesteld dat Alpi deel uitmaakt van een organisatie en dat Alpi daarin heeft meegewerkt aan de invoer en verdere verhandeling van schoenen met Converse-tekens. Ten eerste gaat het om handelingen die hoogstens als handelingen die behulpzaam zijn bij voorbehouden handelingen door derden kunnen worden aangemerkt. Daarnaast is niet gebleken dat de handelingen die wel als voorbehouden handelingen kunnen worden aangemerkt, te weten de invoer en verdere verhandeling, voor rekening en risico van Alpi zijn uitgevoerd. Ook is gesteld noch gebleken dat derden de schoenen hebben ingevoerd en verhandeld in opdracht van Alpi. Alpi heeft juist (onbestreden) aangevoerd dat het omgekeerde het geval is.

 

Faciliteren inbreuk

De rechtbank is wel voorshands van oordeel dat Alpi ten aanzien van 54 zendingen schoenen merkinbreuk heeft gefaciliteerd, aangezien deze schoenen niet door of met toestemming van Converse op de markt zijn gebracht en dat de opdrachtgevers van Alpi dus inbreuk hebben gemaakt door die schoenen verder te verhandelen. Alpi krijgt de gelegenheid de voorshands bewezen merkinbreuken te ontkrachten door het leveren van tegenbewijs. Ten aanzien van een aantal zendingen heeft Converse gesteld dat op basis van echtheidskenmerken zij heeft vast kunnen stellen dat het gaat om schoenen die niet door of met toestemming van Converse zijn geproduceerd. Nu Converse deze echtheidskenmerken niet heeft gespecificeerd in het verband met vertrouwelijkheid, zal de rechtbank een deskundige benoemen om deze te controleren en of de in beslag genomen schoenen die kenmerken bezitten. Dat bij de overige zendingen sprake is van inbreuk is onvoldoende onderbouwd. De (voorwaardelijke) reconventionele vorderingen worden afgewezen. De zaak wordt aangehouden.


IEPT20141015, Rb Den Haag, Converse v Alpi
 

(ECLI-versie)