Vrijgeven Nationaal Wegenbestand door Staat niet onrechtmatig

01-12-2014 Print this page
IEPT20141125, Hof Den Haag, NWB
(Met dank aan Sikke Kingma en Meine Dijkstra, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn)

Beoordeling onrechtmatigheid vrijgeven Nationaal Wegenbestand (NWB) door Staat begrensd door formele rechtskracht besluiten 2 november 2011. In stand houden NWB niet onrechtmatig: Staat vrij om hulpmiddelen te ontwikkelen die meer functionaliteiten hebben dan strikt noodzakelijk voor uitoefening wettelijke taak. Ter beschikking stellen NWB aan lagere overheden niet onrechtmatig: Voldaan aan Aanwijzingen inzake verrichten marktactiviteiten door organisaties binnen de rijksdienst en onvoldoende onderbouwd dat Staat in redelijkheid niet kon menen dat zijn handelen evenredig was. Niet optreden tegen mogelijk inbreukmakend gebruik door AND niet onrechtmatig jegens Andes. Geen misbruik van machtspositie: in stand houden NWB onlosmakelijk verbonden met publieke taak Staat.

 

ONRECHTMATIGE DAAD – MISBRUIK MACHTSPOSITIE

 

Andes heeft een onderneming op het gebied van geografische data, routeplanning en travel information services. Zij ontwikkelt producten en diensten voor professionele en publieke toepassingen. Rijkswaterstaat is in 1996 begonnen met het verzamelen van door decentrale wegbeheerders aangeleverde gegevens over de wegen binnen het door die wegbeheerders beheerde gebied. Deze gegevens worden sinds 1998 na samenvoeging met de gegevens van Rijkswaterstaat zelf, neergelegd in het Nationaal Wegenbestand (NWB). Naar aanleiding van verzoeken van zeven partijen heeft de minister van Infrastructuur en Milieu aan Andes bericht voornemens te zijn toestemming te geven voor hergebruik van het NWB en bij besluiten van 2 november 2011 op deze verzoeken positief beslist. Andes stelt dat de Staat door het toestaan van het hergebruik onrechtmatig jegens haar handelt. Zie ook IEPT20111214 (vzr). In eerste aanleg zijn Andes’ vorderingen afgewezen (IEPT20130821). Het beroep wordt verworpen.

 

Het hof oordeelt allereerst dat de beoordeling van de onrechtmatigheid van het vrijgeven van het NWB wordt begrensd door de formele rechtskracht van de besluiten van 2 november 2011, vanaf wanneer het voor hergebruik beschikbaar stellen van het NWB in de rechtsverhouding Andes en de Staat rechtmatig moet worden geacht. Volgens het hof is het in stand houden van het NWB niet onrechtmatig jegens Andes. De Staat is vrij te beoordelen welke producten hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken, waarbij de Staat ook de vrijheid om hulpmiddelen te ontwikkelen of aan te schaffen die meer functionaliteiten hebben dan voor de uitoefening van zijn wettelijke taak strikt genomen noodzakelijk zou zijn. Er is ook geen algemene regel die de Staat verbiedt om gegevens van lagere overheden in een door hem beheerd en door hem gebruikt digitaal bestand op te nemen en voor dat doel te verwerken.

 

Ook de ter beschikkingstelling van het NWB aan lagere overheden is niet onrechtmatig. De Staat heeft zich gehouden aan de Aanwijzingen inzake verrichten marktactiviteiten door organisaties binnen de rijksdienst en ook overigens is uit de stellingen van Andes niet af te leiden dat Staat in redelijkheid niet kon menen dat zijn handelen evenredig was. Het niet optreden tegen een mogelijk inbreukmakend gebruik door AND is ook niet onrechtmatig jegens Andes, omdat het in beginsel aan de Staat is om te oordelen of hij tegen een inbreuk wenst op te treden en geen sprake is van bijkomende ernstige omstandigheden. Ten slotte wordt geoordeeld dat het in stand houden van het NWB geen misbruik is van machtspositie. Voor misbruik van machtspositie is vereist dat sprake is van een economische activiteit, terwijl het in stand houden van het NWB is onlosmakelijk verbonden met de publieke taak van de Staat.

 

IEPT20141125, Hof Den Haag, NWB

(kopie origineel vonnis)