BHIM heeft onterecht niet geoordeeld over toelaatbaarheid bewijs normaal gebruik

17-12-2014 Print this page
IEPT20141211, GEU, CEDC International v BHIM

Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de houder van de nationale beeld- en driedimensionale merken in de vorm van een fles met een grashalm voor waren van de klassen 28 en 33 en strekkende tot vernietiging van beslissing R 2506/2010 4 van de vierde kamer van beroep van het BHIM houdende verwerping van het beroep tegen de afwijzing door de oppositieafdeling van de oppositie ingesteld door verzoekster tegen de aanvraag tot inschrijving van het beeldmerk dat een grashalm in een fles weergeeft voor waren van klasse 33.

Het beroep wordt toegewezen; de beslissing wordt vernietigd. Het BHIM heeft nagelaten op objectieve en gemotiveerde wijze te beslissen of er met het bij haar voor het eerst ingediende bewijs omtrent het normaal gebruik van het oudere beeldmerk rekening diende te worden gehouden. 

100 Gelet op de voorgaande overwegingen dient te worden geoordeeld dat het derde middel gegrond is, voor zover de kamer van beroep heeft nagelaten op objectieve en gemotiveerde wijze haar beoordelingsbevoegdheid uit te oefenen om te beslissen of rekening diende te worden gehouden met de extra bewijzen die voor het eerst voor haar werden overgelegd, na het verstrijken van de door de oppositieafdeling gestelde termijn.

Lees het arrest hier.