Ten onrechte niet onderzocht of woordmerk "MASTER" meelift op Coca-Cola merken
17-12-2014 Print this page
Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de houder van de communautaire en nationale beeldmerken bevattende de woordelementen „Coca-Cola” en „C” en strekkende tot vernietiging van beslissing R 2156/2011 2 van de tweede kamer van beroep van het BHIM houdende verwerping van het beroep tegen de beslissing van de oppositieafdeling tot afwijzing van de oppositie die door verzoekster tegen de aanvraag tot inschrijving van het beeldmerk bevattende het woordelement „Master”, voor waren van de klassen 29, 30 en 32, is ingesteld.
Het beroep wordt toegewezen; de beslissing wordt vernietigd. Het BHIM had gezien de geringe overeenstemming tussen de merken moeten onderzoeken of het woord/-beeldmerk "MASTER" ongerechtvaardigd voordeel trekt of afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de oudere merken. Daarnaast heeft het BHIM ten onrechte het bewijs van commercieel gebruik van het aangevraagde beeldmerk niet in aanmerking genomen. De bewijzen vormen duidelijk relevant bewijsmateriaal nu zij aangeven dat er sprake is van een gevaar voor meeliften.
64 Uit de voorgaande overwegingen volgt dat de conflicterende tekens, naast hun duidelijke visuele verschillen, elementen van visuele gelijkenis vertonen, niet alleen door de „staart” als verlengstuk van hun respectieve beginletters „c” en „m” en een kromming in de vorm van een handtekening, maar ook door het gebruik van een in de hedendaagse zakenwereld weinig gebruikelijk lettertype, namelijk het Spencer-schrift, dat door de relevante consument als een geheel wordt opgevat.
89 De bewijzen van het commerciële gebruik van het aangevraagde merk zoals die door verzoekster in de oppositieprocedure zijn overgelegd, vormen duidelijk relevant bewijsmateriaal waaruit blijkt dat in casu sprake was van „gevaar voor meeliften”.
Lees het arrest hier.