Octrooi voor werkwijze voor vastmaken en verwijderen van haarstreng niet inventief
07-01-2015 Print this page
Uit conclusie 1 en beschrijving blijkt dat EP 289 ziet op tweezijdig lijmen van een haarstreng. Conclusie 1 niet inventief: gemiddelde vakman zou voor ontwikkeling van een eenvoudige, voor de thuismarkt (ook voor kinderen) geschikte, methode voor het aanbrengen van haarstrengen (i) op toepassing latexlijm zijn uitgekomen en (ii) het gebruik van huidvriendelijke olie.
OCTROOIRECHT
Vervolg op IEPT20110223, waarin onder meer is geoordeeld dat conclusie 1 van EP 289 voor een werkwijze voor het vastmaken in en verwijderen uit natuurlijk haar van een streng niet inventief was. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
Grieven I en II die stellen dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van [M] dat EP 218 eenzijdig lijmen voorschrijft heeft verworpen falen. Uit conclusie 1 blijkt volgens het hof duidelijk dat het gaat om tweezijdig lijmen. Dit wordt bevestigd door de beschrijving, waarin wordt verwezen naar US 387, dat volgens het hof tweezijdig lijmen voorschrijft. Het hof gaat dan ook uit van tweezijdig lijmen in haar beoordeling.
Het hof oordeelt op grond van een overgelegd kappershandboek dat conclusie 1 niet inventief is. Niet betwist is dat dit handboek een weergave vormt van de algemene vakkennis van de gemiddelde vakman in 1991. De gemiddelde vakman zou als hij zich gesteld zag voor het probleem hoe een eenvoudige, voor de thuismarkt (ook voor kinderen) geschikte, methode voor het aanbrengen van haarstrengen te ontwerpen, zonder inventieve denkarbeid bij de toepassing van latexlijm zijn uitgekomen. Ook het gebruik van natuurlijke, huidvriendelijke olie om deze lijm te verwijderen is niet inventief, omdat de vakman die naar een methode zou zoeken om de latexlijm eenvoudig en veilig te verwijderen, zou zijn uitgekomen bij het toepassen van natuurlijke, huidvriendelijke olie.
Ten overvloede wordt overwogen dat, omdat in NL 056 het woord latex niet wordt genoemd, EP 289 niet dezelfde uitvinding is, waardoor aan dit octrooi geen recht van voorrang kan worden ontleend. NL 056 is volgens het hof de meest nabije stand van de techniek en de in EP 289 voorgeschreven wijze van lijmen, welke dit ook was (eenzijdig of tweezijdig), was al omschreven in NL 056. Het enige verschil tussen de octrooien ligt in het gebruik van latexlijm en de wijze van het verwijderen daarvan, waarvan al is geoordeeld dat dat niet inventief is. Dat de overige conclusies afzonderlijk van conclusie 1 inventief zijn is niet gesteld. Bij de 1019h Rv proceskostenveroordeling wordt rekening gehouden met het feit dat SES een aantal maal van advocaat is gewisseld. [M] dient de 1019h Rv proceskosten van € 25.454,90 te betalen.