Gevaar voor trekken ongerechtvaardigd voordeel uit ouder woordmerk KENZO

09-02-2015 Print this page
IEPT20150122, GEU, Tsujimoto v BHIM I

Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de aanvrager van het woordmerk „KENZO” voor diensten van de klassen 35, 41 en 43, en strekkende tot vernietiging van beslissing R 1364/2012-2 van de tweede kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 25 maart 2013 houdende vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling tot afwijzing van de oppositie ingesteld door de houder van het gemeenschapswoordmerk „KENZO” voor waren van de klassen 3, 18 en 25.

Het beroep wordt verworpen. Het valt binnen de discretionaire ruimte van het BHIM om te laat ingediende stukken alsnog mee te wegen in haar beoordeling. De waren van het oudere merk betreffen onder andere parfums, terwijl de waren van het aangevraagde merk waren gerelateerd aan wijn betreffen. Het BHIM heeft terecht geoordeeld dat er een gevaar voor het trekken van ongerechtvaardigd voordeel uit het oudere merk bestaat, gezien de bekendheid daarvan, het feit dat de waren van merk en teken luxegoederen betreffen en het iconische imago van het oudere merk, dat kan worden overgebracht naar andere sectoren, zoals de wijnsector.

43 Regarding the existence of a risk of an unfair advantage, it should be noted that it was by taking into account the existence of a link between the goods covered by the earlier trade mark and the services covered by the mark applied for, the substantial reputation of the earlier trade mark, the identity of the marks at issue and the sophisticated and iconic image conveyed by the earlier trade mark (which can be transferred to other sectors, such as the wine sector), that the Board of Appeal found that it was highly likely that the mark applied for would ride on the coat-tails of the earlier trade mark in order to benefit from the power of attraction, the reputation and the prestige of that mark and to exploit, without paying any financial compensation, the marketing effort expended by the intervener in order to create and maintain the mark’s image (paragraphs 33 and 34 of the contested decision).

Lees het arrest hier.