Gevaar voor trekken ongerechtvaardigd voordeel uit ouder woordmerk KENZO

09-02-2015 Print this page
IEPT20150122, GEU, Tsujimoto v BHIM II

Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de aanvrager van het woordmerk "KENZO" voor waren van klasse 33 en strekkende tot vernietiging van beslissing R 1659/2011 2 van de tweede kamer van beroep van het BHIM houdende vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling tot afwijzing van de oppositie ingesteld door de houder van het gemeenschapswoordmerk "KENZO" voor waren en diensten van de klassen 3, 18 en 25.

Het beroep wordt verworpen. Het meewegen van te laat ingediende stukken valt binnen de discretionaire ruimte van het BHIM. Het GEU oordeelt dat vaststaat dat de tekens identiek zijn en dat het oudere merk inherent onderscheidend vermogen heeft. Het BHIM heeft terecht geoordeeld dat het publiek een verband zou zien tussen de waren, aangezien deze bij beide tekens op de top van de markt zijn gericht. Het oudere beeldmerk heeft een onbetwistbare allure die kan worden overgedragen aan andere luxe waren, zoals de betrokken waren uit klasse 33 (o.a. wijn). Er is daarom terecht geoordeeld dat er een gevaar was dat het aangevraagde werk ongerechtvaardigd voordeel uit de reputatie van het oudere merk zou trekken.

57 In addition, it should be observed that the intervener produced evidence before the Board of Appeal that advertisements for goods covered by the earlier trade mark had been published in prestigious magazines (such as Vogue and Vanity Fair) and that goods had been sold under the earlier trade mark in prestigious shops (such as Harrods). Therefore, the Board of Appeal rightly found that the trade mark in question had an ‘undisputable allure’, which could be transferred to other luxury goods and, by extension, to the goods covered by the mark applied for, such as cognac, champagne or wine, which can be of high quality (paragraph 33 of the contested decision).

Lees het arrest hier.