Rechtbank onbevoegd om van octrooi-aanvraag opeisingsvorderingen kennis te nemen
06-02-2015 Print this page
(Met dank aan Charlotte Garnitsch en Wim Maas (Deterink) en Michiel Rijsdijk, (Arnold + Siedsma).
Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van alle jegens Arca ingestelde vorderingen: in Nederland gevestigd. Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van onrechtmatige daadsvorderingen jegens buitenlandse gedaagden Innova en GMC: gevaar voor onverenigbare beslissingen en eenzelfde situatie feitelijk en rechtens. Geen bevoegdheid jegens GMC voor opeising octrooi-aanvragen: zowel op grond van protocol rechterlijke bevoegdheid Europees Octrooi als EEX-Vo Engelse rechter bevoegd
IPR - OCTROOIRECHT
Bevoegdheidsincident. X stelt in de hoofdzaak dat Innova en Arca onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld, door in strijd met een ondertekende geheimhoudingsverklaring het zogenaamde Jet Master aan te bieden die identiek zou zijn aan de Roll Panel (een oprolbaar fotopaneel) van X. X stelt voorts dat GMC onrechtmatig wereldwijd octrooien heeft aangevraagd voor technologie waarvan zij had moeten weten dat X de rechtmatige uitvinder is. In het bevoegdheidsincident.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van alle jegens Arca ingestelde vorderingen, omdat Arca in Nederland is gevestigd. Ook is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van de vorderingen jegens de andere gedaagden. Er is een gevaar voor onverenigbare beslissingen, omdat het gaat om het schenden van verplichtingen uit de zelfde geheimhoudingsovereenkomst en het aanbieden van het zelfde product. Ook zouden de gedaagden alle drie dit zelfde product verkopen in wetenschap dat X daarvan de uitvinder is. Indien verschillende nationale rechters de zaak onderzoeken kunnen er bijvoorbeeld onverenigbare beslissingen ten aanzien van de uitleg van de geheimhoudingsovereenkomst ontstaan. Er is sprake van eenzelfde situatie feitelijk en rechtens, vanwege het feit dat uit de stellingen van X, indien deze in de hoofdprocedure vast komen te staan, volgt dat Arca, Innova en GMC niet onafhankelijk van elkaar hebben gehandeld en dat het voor Innova en GMC voorzienbaar was dat zij tezamen met Arca gedagvaard zouden worden.
Ten aanzien van de vorderingen tot opeising van de octrooi-aanvragen wordt geoordeeld dat de rechtbank niet bevoegd is. Nu GMC gevestigd is in Engeland, dienen de vorderingen zowel op grond van het Protocol inzake de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning van beslissingen inzake het recht tot verkrijging van het Europees Octrooi als de EEX-Vo door de Engelse rechter te worden beoordeeld.
IEPT20150204, Rb Den Haag, GMC