Verwarringsgevaar tussen beeldmerken "Solidfloor" voor o.a. houten vloeren

10-03-2015 Print this page
IEPT20150211, GEU, Fetim v BHIM

Gemeenschapsmerk – Door aanvrager van beeldmerk met de woordelementen "Solidfloor The professional’s choice" voor waren van klasse19 ingesteld beroep tot vernietiging van beslissing R 884/2011‑2 van de tweede kamer van beroep van het BHIM houdende vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling waarbij de oppositie van de houder van het nationale beeldmerk, de handelsnaam en de domeinnaam met de woordelementen "SOLID floor" voor waren van klasse37 wordt afgewezen.

Het beroep wordt verworpen. Het BHIM heft terecht geoordeeld dat er sprake is van verwarringsgevaar tussen het aangevraagde beeldmerk met de woordelementen “Solidfloor The professional’s choice” en de oudere merken “SOLIDfloor”, gezien het feit dat de tekens visueel overeenstemmen, dat er een hoge mate van fonetische overeenstemming is en een hoge mate van begripsmatige overeenstemming. Dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen zou hebben doet hier niet aan af. Ook bestaat er overeenstemming tussen zowel de waren en diensten als de betrokken tekens (o.a. houten vloeren). Het feit dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft doet niet af aan het verwarringsgevaar. 

46 Thus, in the present case, taking into account, first, the partial identity and partial similarity of the goods and services in question and, secondly, the similarity of the signs at issue, it must be held that the Board of Appeal was correct to find that there was a likelihood of confusion between the mark applied for and the earlier mark. In those circumstances, the fact that the earlier mark may be considered, like its component elements, to possess only a weak distinctive character is not capable, in the circumstances of the present case, of calling that conclusion into question.

Lees het arrest hier.