€ 1.909 passende licentievergoeding en € 2.000 gederfde winst voor kwekersrechtinbreuk
18-02-2015 Print this page
Naast passende vergoeding van € 1.909 voor kwekersrechtinbreuk ook € 2.000 schadevergoeding aan gederfde winst (artikel 94(2) GKVo) verschuldigd wegens onachtzaam handelen: willens en wetens poters van kwekersrechtelijk beschermd ras voor inbreukmakend gebleken nateelt geleverd. Geen reden voor hogere vergoeding: schade al volledig vergoed en geen winst gemaakt. Artikel 18 Uitvoeringsverordening niet van toepassing, omdat geen beroep op ”farmers privilege” kan worden gedaan. Geen beroep mogelijk op UPOV-verdrag: geen rechtstreekse werking.
KWEKERSRECHT
Hoger beroep tegen IEPT20131127. Ebben heeft aardappelen van het ras Fontane geteeld en daarbij een deel van haar oogst gebruikt voor nateelt (vermeerderingsdoeleinden in het veld). Ebben heeft hiertoe een deelteeltovereenkomst gesloten met Eyckens. De rechtbank heeft geoordeeld dat Ebben zich niet op het zogenoemde “farmers privilege” als bedoeld in artikel 14 GKVo kan beroepen en dat de nateelt door Eyckens (dus) als inbreuk door Ebben moet worden aangemerkt. Daarnaast heeft de rechtbank beslist dat Ebben een passende vergoeding in de zin van artikel 94 (1) GKVo ter hoogte van de gederfde licentievergoeding verschuldigd is van € 1.909. De grieven richten zich tegen de afwijzing van hetgeen boven dit bedrag is gevorderd.
Het hof oordeelt allereerst dat de inbreukmaker op grond van artikel 94 (2) GKVo in beginsel verplicht is om naast de licentievergoeding van lid 1 alle andere schade te vergoeden als de inbreukmaker opzettelijk of uit onachtzaamheid handelt. Breeders heeft gesteld dat naast de licentievergoeding ook € 2.000 aan winst is gederfd (20.000 kg x € 0,10). Nu Ebben niet heeft gesteld dat dit bedrag ongebruikelijk of te hoog is en deze vordering ook overigens niet gemotiveerd is bestreden, begroot het hof de gederfde winst op € 2.000. In hoger beroep moet er vooralsnog vanuit worden gegaan dat Ebben zich niet op het “farmers privilege” kan beroepen en dat er derhalve sprake is van inbreuk. Nu Ebben willens en wetens poters van een ras, waarvan zij wist dat deze kwekersrechtelijk beschermd was, heeft geleverd voor een inbreukmakend gebleken nateelt, heeft zij naar het oordeel van het hof (ten minste) uit onachtzaamheid gehandeld. Ebben moet daarom de gederfde winst vergoeden.
Het hof ziet geen reden om een hoger bedrag dan de door de inbreuk geleden schade en/of winstafdracht toe te wijzen, nu de door Breeders gestelde schade op grond van artikel 94 GKVo al volledig is vergoed en Ebben onbetwist heeft gesteld dat zij geen winst heeft gemaakt. Volgens het hof is artikel 18 Uitvoeringsverordening niet van toepassing, omdat in casu geen beroep op de “farmers privilege” kan worden gedaan. Ook kan geen beroep op het UPOV-verdrag worden gedaan, aangezien dat niet rechtstreeks werkt ten opzichte van ingezetenen van de lidstaten en de Explanatory Notes geen verbindende verplichtingen bevatten.