Thans geen inbreuk meer op [handelsnaam 1]

23-03-2015 Print this page
IEPT20150312, Hof Den Bosch, Massage

Kantonrechter had zaak naar dagvaardingsprocedure moeten verwijzen inzake onrechtmatige daadsvorderingen, maar gelet op behoorlijke rechtspleging wordt zaak thans niet verwezen. Onvoldoende aannemelijk dat appellante [handelsnaam 3], [handelsnaam 2] en [handelsnaam 4] duurzaam heeft gebruikt. Verhuren van domeinnamen met gewraakte handelsnamen is onrechtmatige daad en valt buiten bereik verzoekschriftprocedure artikel 6 Hnw. Geïntimeerde 1 maakt thans geen inbreuk op [handelsnaam 1]. Wel handelsnaaminbreuk in het verleden. Geïntimeerde 1 moet in kader van proceskostenveroordeling opgave doen van gebruik aanduiding [handelsnaam 1] vanaf lancering websites tot 12 januari 2015.

 

HANDELSNAAMRECHT - PROCESRECHT

 

Beschikking. Hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 4 augustus 2014, waarin de verzoeken van appellante inzake de verzoekschriftprocedure van artikel 6 Handelsnaamwet (Hnw) zijn afgewezen. 

 

In eerste aanleg heeft de kantonrechter geoordeeld over de onrechtmatige daadsvorderingen van appellante. In hoger beroep heeft appellante aangegeven de procedure uitdrukkelijk te willen beperken tot de beoordeling van de vraag of de aangevallen handelsnamen worden gevoerd in strijd met de Handelsnaamwet. De onrechtmatige daadsvorderingen behoeven geen onderzoek meer volgens appellante. Het hof oordeelt dat de kantonrechter de zaak naar de dagvaardingsprocedure had moeten verwijzen inzake de onrechtmatige daadsvorderingen, maar zal gelet op de behoorlijke rechtspleging de zaak thans niet verwijzen. Hierbij speelt de wens van appellante dat de beschikking alleen op dit punt wordt vernietigd.

 

Vervolgens wordt geoordeeld dat appellante onvoldoende aannemelijk gemaakt heeft dat zij [handelsnaam 3], [handelsnaam 2] en [handelsnaam 4] duurzaam heeft gebruikt, mede in het licht van de verweren van geïntimeerde 1. De vorderingen jegens geïntimeerde 2 inzake het verhuren van domeinnamen met de gewraakte handelsnamen aan geïntimeerde 1 worden afgewezen, aangezien deze wellicht een onrechtmatige daad zijn, maar niet vallen onder het bereik van artikel 5 en 6 Handelsnaamwet.  

 

Het hof overweegt verder dat geïntimeerde thans geen inbreuk maakt op [handelsnaam 1]. De website maakt voldoende duidelijk dat het op de website gaat om de mogelijkheid om een massage te krijgen in de regio [regio 1], hetgeen als omschrijving van aan te beiden diensten is toegestaan. In het verleden is echter wel sprake geweest van handelsnaaminbreuk, aangezien geïntimeerde 1 toen bij bezoekers van haar website op zijn minst genomen de indruk heeft gewekt dat haar handelsnaam althans een onderdeel van “[handelsnaam 1” was, waardoor zij verwarringsgevaar heeft veroorzaakt in relatie tot één van de handelsnamen van [appellante]. Het oordeel van de kantonrechter dat er geen sprake is (geweest) van verwarringsgevaar kan daarom niet in stand blijven.

 

Voor de proceskostenveroordeling is relevant op welke wijze geïntimeerde 1 haar website periodiek heeft ingericht en daarbij gebruik heeft gemaakt van de aanduiding “handelsnaam 1”, aangezien op enig moment wel sprake is geweest van handelsnaamgebruik. Geïntimeerde 1 moet daarom opgave doen van het gebruik van de aanduiding “[handelsnaam 1]” vanaf de lancering van haar websites tot 12 januari 2015.

 

IEPT20150312, Hof Den Bosch, Massage

(ECLI-versie)