Zaak verwezen naar Rechtbank Den Haag wegens vorderingen die zien op Gemeenschapsmerk
12-05-2015 Print this page
Procesrecht. Merkenrecht. Kort geding. Top Twence vordert een inbreukverbod ten aanzien van haar auteurs- en merkenrechten. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd. Op grond van de stukken geconstateert de voorzieningenrechter dat een deel van de vorderingen in de onderhavige zaak ziet op de (beweerdelijke) inbreuk op een Gemeenschapsmerk. Op grond van de GMeV en artikel 3 Uitvoeringswet van de GMeV overweegt de voorzieningenrechter vervolgens dat de zaak m.b.t. de merkenrechtelijke vorderingen moet worden verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag als de exclusief bevoegde rechtbank voor het Gemeenschapsmerk. Omdat de vorderingen verknocht zijn en het om proceseconomische redenen alsmede om redenen van eenheid van rechtspraak van belang is dat een en dezelfde rechter over de vorderingen oordeelt, wordt de zaak in overleg met partijen ook wat betreft de overige vorderingen naar de rechtbank Den Haag verwezen.