Lijfsdwang voor versturen valse brieven met handelsnaam en beeldmerk Santander

08-07-2015 Print this page
IEPT20150415, Rb Gelderland, Santander v Top-Incasso

[gedaagde sub 1] heeft onrechtmatig gehandeld door handelsnaamnaam en beeldmerk Santander te gebruiken in drie valse Santander-brieven: niet betwist. Gevorderde opgave afgewezen: bestaan van andere valse brieven onvoldoende onderbouwd. Toegewezen vorderingen versterkt met lijfsdwang: door faillissement [gedaagde sub 1] biedt opleggen dwangsom geen prikkeling tot nakoming.

 

ONRECHTMATIGE DAAD

 

Santander is een financieringsmaatschappij die deel uitmaakt van de internationaal opererende Santander Groep. [gedaagde sub 1] exploiteerde een incassobureau onder de (handels)naam “Top-Incasso”. Santander stelt dat Top-Incasso onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door valse brieven te versturen met haar handelsnaam en beeldmerk.

 

[gedaagde sub 1] betwist niet dat hij via zijn bedrijf Top-Incasso C.V. jegens Santander onrechtmatig heeft gehandeld door gebruik te maken van de door Santander genoemde drie valse Santander-brieven van Top-Incasso C.V. Hierdoor staat het onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] en Top-Incasso C.V. jegens Santander vast. De brieven wekken de indruk dat sprake is van een via Top-Incasso bij Santander afgesloten kredietverzekering en aldus een(contractuele) relatie tussen Santander en Top-Incasso C.V.. Hierdoor leidt Santander schade. Nu niet is gereageerd op de sommatie van Santander en zij puur uit financieel gewin hebben gehandeld, is de vrees van Santander gerechtvaardigd dat dit onrechtmatig handelen in de toekomst kan worden voortgezet. De eerste twee vorderingen worden jegens [gedaagde sub 1] en Top-Incasso C.V. toegewezen. Dat ook Top-Incasso B.V. en [gedaagde sub 4] onrechtmatig jegens Santander hebben gehandeld is onvoldoende aannemelijk geworden.

 

De gevorderde opgave wordt afgewezen, omdat het bestaan van andere valse Santander-brieven dan de drie valse brieven onvoldoende is onderbouwd. De toegewezen vorderingen worden versterkt met lijfsdwang, aangezien het opleggen van een dwangsom gezien het faillissement van [gedaagde sub 1] geen prikkeling tot nakoming biedt.

 

IEPT20150415, Rb Gelderland, Santander v Top-Incasso

 

(ECLI-versie)