Geen nietigverklaring Gemeenschapsmerk op grond van ouder nationaal merk dat voor toetreding tot Unie is geregistreerd
12-05-2015 Print this page
Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de houder van het nationale beeldmerk met het woordelement „mobile” voor diensten van de klassen 35, 39 en 42 en strekkende tot vernietiging van beslissing R 950/2013‑1 van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 19 februari 2014 houdende verwerping van het beroep tegen de afwijzing door de nietigheidsafdeling van de door verzoekster ingestelde vordering tot nietigverklaring van het woordmerk „mobile.de proMotor” voor diensten van de klassen 35, 38, 41 en 42.
Het beroep wordt verworpen. Het BHIM heeft artikel 165(4) sub b GMeV toegepast en de gevorderde nietigverklaring van het woordmerk “mobile.de proMotor” afgewezen. Dat artikel stelt “Een Gemeenschapsmerk als bedoeld in lid 1, kan niet ongeldig worden verklaard, […] b) op grond van artikel 53, leden 1 en 2, indien het oudere nationale merk voor de datum van toetreding in een nieuwe lidstaat is ingeschreven, aangevraagd of verkregen.” Het BHIM heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door niet de kennis van de houder van het betwiste Gemeenschapsmerk, het bestaan van het oudere nationale merk en het feit dat het Gemeenschapsmerk het nationale merk zou ondermijnen, mee te nemen in zijn oordeel. Gezien het feit dat het betwiste Gemeenschapsmerk voor de datum van toetreding van Bulgarije was gedeponeerd en het nationale merk waarop de gevorderde nietigverklaring was gebaseerd voor de toetreding was gedeponeerd, heeft het BHIM artikel 164 (4) sub b GMeV correct toegepast. De bewoordingen van dit artikel zijn duidelijk en laten geen ruimte open voor interpretatie.
33. Nach alledem hat die Beschwerdekammer durch die mangelnde Berücksichtigung der Kenntnis des Inhabers der angegriffenen Gemeinschaftsmarke vom Bestehen der nationalen Marke und der Tatsache, dass die Eintragung der Gemeinschaftsmarke für die ältere nationale Marke zwangsläufig eine Beeinträchtigung nach sich ziehen würde, keinen Rechtsfehler begangen. Nachdem die Beschwerdekammer festgestellt hatte, dass die angegriffene Gemeinschaftsmarke vor dem Zeitpunkt des Beitritts der Republik Bulgarien angemeldet worden war und dass die zur Stützung des Nichtigkeitsantrags angeführte nationale Marke in Bulgarien vor dem Beitrittszeitpunkt eingetragen worden war, hat sie lediglich Art. 165 Abs. 4 Buchst. b der Verordnung Nr. 207/2009 angewandt, dessen klarer und völlig eindeutiger Wortlaut keinen vernünftigen Zweifel an seiner möglichen Auslegung lässt.
Lees het arrest hier.