Gerede kans dat NL 134 voor een blokkeerinrichting nietig wordt verklaard in bodemprocedure
06-05-2015 Print this page
Gerede kans dat octrooi nietig is door gebrek aan inventiviteit: in advies NL Octrooicentrum opgestelde verschilmaatregelen tussen meest nabije stand van techniek D3 en conclusie 1 zijn allemaal terug te vinden in (niet door OCNL beoordeelde) E3. Gerede kans dat in bodemprocedure geen inbreuk wordt aangenomen: enkel onderste deel van poten DoubleLock als “behuizing” in de zin van conclusie 1 van NL 134 is te beschouwen. Niet voldaan aan stelplicht ten aanzien van gestelde equivalentie.
OCTROOIRECHT
Kort geding. Matador is houdster van octrooi NL 134 voor een “Blokkeerinrichting voor het blokkeren van ten minste een aan een achterzijde van een voertuig, zoals een bus of auto, gelegen deur”. Namens Bick is bij Octrooicentrum Nederland (OCNL) een verzoek gedaan om een advies inzake de geldigheid van – de beperkte versie van – NL 134. Het op 30 december 2014 gegeven advies luidt dat “geen van de aangevoerde nietigheidsbezwaren van toepassing is op het octrooi. Bick biedt een als “Van Lock” aangeduid trekhaakslot aan onder het merk Doublelock. Matador heeft conservatoir beslag tot afgifte doen leggen ten laste van Bick en vordert een inbreukverbod. De vorderingen worden afgewezen.
De voorzieningenrechter overweegt dat NL 134 naar voorlopig oordeel niet inventief is, althans dat er een gerede kans is dat het octrooi in de bodemprocedure op die grond nietig wordt verklaard. Partijen identificeren D3 als meest nabije stand van de techniek en dan met name figuur 9 daarvan. Ook OCNL gaat hier vanuit in zijn advies. OCNL heeft een aantal verschilmaatregelen vastgesteld ten opzichte van conclusie 1. De voorzieningenrechter gaat met partijen uit het in het advies genoemde effect van die verschilmaatregelen alsmede de formulering van het objectieve probleem, te weten dat de uit D3 bekende inrichting niet geschikt is voor gebruik in combinatie met het in Europa gangbare trekhaaksysteem, en dat het slot op de borgmiddelen niet gemakkelijk uitwisselbaar is zonder de borgmiddelen te vervangen. Bick heeft er vervolgens terecht op gewezen dat de oplossing van het octrooi zonder inventieve denkarbeid valt terug te vinden in E3, welk document niet door OCNL is beoordeeld. De eerder genoemde verschilkenmerken worden naar het oordeel van de voorzieningenrechter opgelost door E3.
Dat de vakman E3 niet zou raadplegen omdat dit op een ander vakgebied ligt (fietsendragers en niet trekhaaksloten) wordt verworpen. De vakman zou ook naar naburige vakgebieden op zoek gaan. Ook was bekend dat fietsendragers op een Europese trekhaak konden worden gemonteerd. De voorzieningenrechter wijst de overige stellingen van Matador, die kort gezegd inhouden dat E3 verschilt van NL 134, af.
Naast de gerede kans dat het octrooi de bodemprocedure niet zal overleven, is de voorzieningenrechter voorts van oordeel dat van letterlijke inbreuk op NL 134 geen sprake is. Voorshands oordelend is enkel het onderste deel van de DoubleLock van Bick te beschouwen als “behuizing” in de zin van conclusie 1 van NL 134. Ten aanzien van de gestelde equivalentie heeft Matador niet aan haar stelplicht voldaan. Er is zodoende een gerede kans dat in een bodemprocedure geen inbreuk, ook niet in equivalente zin, zal worden aangenomen.
IEPT20150422, Rb Den Haag, Matador v Bick