Non-concurrentiebeding niet in strijd met mededingingsrecht: voor daadwerkelijke overdracht van sterk aan [B] verbonden goodwill en knowhow noodzakelijk om duur non-concurrentiebeding te relateren aan vertrek [B] en [B] beschikte als CEO van Fairmount over vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Schending non-concurrentiebeding door OMB: [B] heeft verregaande bemoeienis gehad met oprichting concurrent ALP, boete € 10.000. Ook sprake van voortdurende schending, door voortdurende financiering van ALP. Boete gematigd tot totale boete van € 1.000.000. [B] moet schadevergoeding op te maken bij staat betalen voor oprichten concurrerende onderneming.
ONRECHTMATIGE CONCURRENTIE
Hoger beroep. Fairmount (althans haar rechtsvoorgangster) is in 1978 opgericht door [B]. Fairmount is onder meer actief in de zeesleepvaart en het transport van zware lading. OMB is de persoonlijke investerings- en houdstermaatschappij van [B]. [B] was tot medio mei 2007 via OMB enig aandeelhouder van Fairmount. [B] was ten behoeve van Fairmount werkzaam op basis van een managementovereenkomst en later een aanvullende managementovereenkomst, gesloten tussen OMB en Fairmount. Na het vertrek van [B] bij Fairmount is in januari 2010 Yafava opgericht met als aandeelhouders de drie zonen van [B]. In dezelfde maand is ALP opgericht, mede door Yafava. Fairmount stelt onder meer dat het non-concurrentiebeding is geschonden door OMB.
Het hof overweegt dat het non-concurrentiebeding niet in strijd met het mededingingsrecht is. Gelet op deze voortdurende binding tussen Fairmount en [B] was het naar het oordeel van het hof noodzakelijk voor de daadwerkelijke overdracht van de sterk aan de persoon van [B] verbonden goodwill en knowhow, om de duur van het non-concurrentiebeding te relateren aan het vertrek van [B] bij Fairmount. Ook indien de managementovereenkomst op zichzelf wordt beschouwd is het non-concurrentiebeding te zien als noodzakelijk en proportioneel. [B] beschikte als CEO van Fairmount tot eind november 2009 over vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
OMB heeft het non-concurrentiebeding geschonden, nu uit de feiten en omstandigheden blijkt dat [B] verregaande bemoeienis heeft gehad met de oprichting van ALP en er welbewust voor heeft gekozen om OMB via zijn zonen als financier te laten optreden van ALP. Feitelijk heeft OMB via de tussenschakel Yafava, ALP volledig gefinancierd. Het non-concurrentiebeding ziet volgens het hof ook op een dergelijk geval, waarin via een lening aan een tussenschakel werkkapitaal wordt verstrekt. Voorts is het hof van oordeel dat ALP als concurrent van Fairmount moet worden beschouwd in de zin van het non-concurrentiebeding, waarbij van belang is klant Fukada naar ALP is overgestapt en ALP concurrerende activiteiten heeft ontplooid. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat de in de gewijzigde managementovereenkomst genoemde boete van € 10.000 is verbeurd. Voorts is sprake van voortdurende schending van het non-concurrentiebeding, aangezien OMB ALP via Yafava voortdurend heeft gefinancierd. De boete van € 2000 per dag wordt echter gematigd, omdat deze zou leiden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. De boete wordt gematigd zodat de totale boete (inclusief de boete van € 10.000) € 1.000.000 bedraagt.
Het hof is anders dan de rechtbank van oordeel dat de jegens [B] ingestelde vordering tot schadevergoeding, op te maken bij staat, toewijsbaar is, omdat [B] zich onmiddellijk na zijn vertrek heeft beziggehouden met de oprichting van een concurrerende onderneming en ervoor heeft gezorgd dat deze onderneming van een volledig startkapitaal werd voorzien. De overige grieven worden afgewezen.