Verwarringsgevaar tussen woordmerk "A-STARS" en woord/-beeldmerk "ASTER" voor o.a. sportkleren
15-07-2015 Print this page
Gemeenschapsmerk – Beroep door de houder van het gemeenschapswoordmerk „A-STARS” voor waren van de klassen 9, 12, 14, 18, 25 en 28 ingesteld en strekkende tot vernietiging van beslissing R 2309/2012‑4 van de vierde kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 15 juli 2013 houdende verwerping van het beroep tegen de afwijzing door de oppositieafdeling van de door verzoekster ingestelde oppositie tegen inschrijving van het beeldmerk in zwart en wit met de woordelementen „A ASTER” voor waren van de klassen 18 en 25.
Het beroep wordt toegewezen. Het GEU bepaalt dat er verwarringsgevaar bestaat tussen het Gemeenschapswoordmerk ‘A-STARS’ en het Gemeenschapswoord-/beeldmerk ‘ASTER’ voor het niet-Engelssprekende publiek. Er is sprake van een gemiddelde visuele overeenstemming tussen de woordmerken omdat ze ongeveer even lang zijn en dezelfde letters bevatten. Er is een hoge fonetische overeenstemming voor het niet-Engelssprekend publiek. Er is geen conceptuele overeenstemming want ‘stars’ en ‘aster’ hebben verschillende betekenissen. Het ontbreken van een conceptuele overeenkomst weegt niet op tegen de visuele en fonetische overeenkomsten van de woordmerken. Bovendien komen de waren en diensten waar de woordmerken voor zijn ingeschreven overeen.
61. It is apparent from the foregoing that, first, the goods at issue are identical. Secondly, there is an average degree of visual similarity between the signs at issue for the whole of the relevant public and a high degree of phonetic similarity between the signs at issue for at least the non-English-speaking public. Furthermore, there is no conceptual similarity between the marks at issue for the relevant public.
63. However, it is apparent from paragraph 48 above that the earlier mark is not capable of directly conveying a clear meaning to the relevant public, with the result that the conceptual dissimilarity between the marks at issue cannot in the present case suffice to counteract the average degree of visual similarity and the high degree of phonetic similarity which the Court has held to exist (see, to that effect, judgment of 15 July 2011 in Ergo Versicherungsgruppe v OHIM — Société de développement et de recherche industrielle (ERGO), T‑220/09, EU:T:2011:392, paragraph 39 and the case-law cited).
Lees het arrest hier.