'Playgo' maakt geen inbreuk op 'Playgro' door gering onderscheidend vermogen

04-08-2015 Print this page
IEPT20150731, Rb Den Haag, Playgro v Playgo
(Met dank aan Sven Klos en Allard Ringnalda, Klos Morel Vos & Reeskamp)

Geen spoedeisend belang t.a.v. oude logo Playgo: sinds 2002 stilgezeten door Playgro. Onvoldoende onderbouwd door Playgo dat Playgro geen spoedeisend belang heeft t.a.v nieuwe logo. Gemeenschapswoord/beeldmerk “PLAYGRO” heeft gering onderscheidend vermogen: ‘play' zuiver beschrijvend voor speelgoed, en 'gro' zal worden opgevat als 'grow', wat beschrijvend is. Gemeenschapswoord/beeldmerk “PLAYGRO” heeft geen toegenomen onderscheidend vermogen: geen bekend merk. Geen verwarringsgevaar door zeer gering onderscheidend vermogen, ondanks soortgelijkheid waren en grote overeenstemming merk en teken. Geen inbreuk artikel 9 lid 1 sub c GMeV: Playgro geen bekend merk. Ook geen sprake van inbreuk op Benelux-woord en woord/beeldmerk Playgro op zelfde gronden als Gemeenschapsmerk

PROCESRECHT - MERKENRECHT 

Kort geding. Playgro is een onderneming gericht op de ontwikkeling en verhandeling van speelgoed, en is houdster van een aantal woord- en beeldmerkinschrijvingen die zien op het woord 'Playgro'. Playgo is evenals Playgro producent van speelgoed en verhandelt evenals Playgro ook haar producten in de Europese Unie. In 2013 is Playgo gebruik gaan maken van een nieuw logo, dat uiterlijke overeenkomst vertoont met het logo van Playgro.

In het geschil vordert Playgro om de volgens haar bestaande inbreuk van Playgo te staken en gestaakt te houden, beveelt haar opgave te doen van verkoopaantallen van de zgn. inbreukmakende producten en een recall uit te voeren, een en ander op straffe van een dwangsom. Zij stelt hierto dat de gebruikte tekens van Playgo identiek zijn, althans verwarringwekkend overeenstemmen met de waren van Playgro.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft Playgro onvoldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen gericht op een verbod van het woordteken ‘Playgo’. Playgro heeft sinds 2002 stilgezeten ten opzichte van het gebruik door Playgo van het woordteken ‘Playgo’ voor haar producten. Ten aanzien van het nieuwe logo heeft Playgro volgens de voorzieningenrechter wel een spoedeisend belang. Playgo heeft immers onvoldoende onderbouwd dat zij het nieuwe logo al voor het begin van 2015 in de EU heeft gebruikt en dat Playgro dat gebruik moet hebben gekend.

 

Verder is de rechter voorshands van oordeel dat het nieuwe logo van Playgo geen inbreuk maakt op het Gemeenschapswoord-/beeldmerk van Playgro op grond van artikel 9 lid 1 sub b GMVo. Er kan aan het Gemeenschapsmerk van Playgro slechts een zeer gering onderscheidend vermogen worden toegekend. Het woord ‘Play’ is zuiver beschrijvend voor speelgoed en de letters ‘gro’ zullen door het publiek worden opgevat als ‘grow’, hetgeen beschrijvend is voor het groeien van (spelende) kinderen. Naar voorlopig oordeel moet iedere aanbieder op de speelgoedmarkt deze beschrijvende woorden kunnen gebruiken bij het verhandelen van speelgoed en komt aan de samenvoeging van deze twee elementen van huis uit geen onderscheidend vermogen toe. Het Gemeenschapsmerk van Playgro moet zijn onderscheidend vermogen derhalve hebben van de toevoeging van de beeldelementen en wellicht de weglating van de letter ‘w’ uit de officiële spelling. Geen toegenomen onderscheidend vermogen: de door Playgro in dit verband genoemde omzetcijfers en jaarlijkse marketingbudgetten zijn door Playgo bestreden en door Playgro niet met bewijsstukken onderbouwd. Geen verwarringsgevaar door zeer gering onderscheidend vermogen, ondanks soortgelijkheid waren en grote overeenstemming merk en teken. Daarvoor is redengevend dat het Gemeenschapsmerk van Playgro een zeer zwak onderscheidend vermogen heeft en dat de overeenstemming niet schuilt in de bestanddelen die het Gemeenschapsmerk nog enige onderscheidende kracht geven, maar in de beschrijvende bestanddelen ‘play’ en ‘gro’. De afwijkende visuele en begripsmatige elementen in combinatie met het verschil tussen de letters ‘gro’ en ‘go’ zijn daarom voldoende om verwarringsgevaar te voorkomen. 

 

Er is geen sprake van inbreuk op grond van artikel 9 lid 1 sub c GMeV, aangezien onvoldoende aannemelijk dat Playgro een bekend merk is.

 

Op dezelfde gronden als overwogen ten aanzien van het Gemeenschapswoord-/beeldmerk is volgens de rechter van een inbreuk op het Beneluxwoordmerk van Playgro op grond van artikel 2.20 lid 1 sub c BVIE geen sprake. Ditzelfde geld voor het Benelux woord-/beeldmerk van Playgro. Alle vorderingen afgewezen.

 

IEPT20150731, Rb Den Haag, Playgro v Playgo