Uitzending televisieprogramma niet onrechtmatig; sprake van voldoende ernstige misstand, beschuldigingen gesteund door feitenmateriaal en verdenkmakingen niet lichtvaardig gepubliceerd. Eiser niet-onvankelijk jegens Endemol Nederland Mediagroep B.V. Tonen van herkenbare beelden in casu rechtmatig, misstand van zodanige ernst dat gesproken kan worden van een 'matter of public interest'. Eiser heeft nagelaten om kort geding te starten voor de uitzending. Geen afgifte ruwe materiaal; niet voldoende gesteld welk belang hij daarbij heeft.
PUBLICATIE
Eiser is aan bod gekomen in een televisieuitzending van een misdaadprogramma van Endemol op SBS 6 en vordert in kort geding onder andere schadevergoeding en afgifte van beeld- en geluidsmateriaal van de uitzending. Eiser stelt dat de uitzending onjuistheden bevat en dat de verdachtmaking ongefundeerd is. Gedaagden verweren zich door een beroep te doen op hun uitingsvrijheid en stellen daarbij dat er sprake was van een misstand en dat eventuele beschuldingen werden ondersteund door het beschikbare feitenmateriaal.
De rechter oordeelt in kort geding dat de zaak van groot publiek belang is en het beramen van een huurmoord tevens een misstand. De beschuldigingen aan het adres van de uitvoerder vonden volgens de rechtbank Amsterdam voldoende grond in het ter beschikking staande feitenmateriaal. Dat zal dan ook automatisch gelden voor zijn gesprekspartner, de opdrachtgever: [eiser]. Bovendien heeft de beschuldiging van [eiser] gelet op de overgelegde beelden een solide basis in het feitenmateriaal. De beschuldiging in het programma is dus niet lichtvaardig geweest. De redactie van [gedaagde sub 4] heeft geen delen weggelaten uit de uitzending die eiser zouden kunnen vrijpleiten waarvan hij nu beschuldigd wordt.
De toets is volgens de rechter dat de pers niet lichtvaardig verdenkingen mag publiceren. Ook zou de uitzending volgens [eiser] onrechtmatig zijn omdat hij al door de media zou zijn veroordeeld. Dat is onjuist. De uitzending is derhalve niet onrechtmatig, zodat de grondslag van de vordering tot schadevergoeding ontbreekt. Wat betreft de vordering tot afgifte van gesprekken met [A] stelt Endemol c.s. dat [eiser] daarbij geen rechtmatig belang heeft. Bovendien heeft Endemol c.s. gewichtige redenen om de beelden niet af te geven en is er geen ‘social pressing need’ voor de afgifte.
Verder volgt hetgeen in de tv-uitzending wordt vertoond uit het beschikbare feitenmateriaal en is er thans geen aanleiding te veronderstellen dat (als dat er al zou zijn) ontlastend materiaal achterwege is gelaten. De misstand die in de tv-uitzending naar voren wordt gebracht, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter van zodanige ernst dat gesproken kan worden van een ‘matter of public interest’. [gedaagde sub 4] heeft in zijn hoedanigheid van misdaadverslaggever de taak om deze misstand ter kennis van het publiek te brengen. Hij mag, gelet op zijn hoedanigheid van misdaadjournalist, in grote mate zelf bepalen op welke wijze hij de verkregen beelden in zijn programma wil gebruiken. Hij dient daarbij echter wel de belangen van - in dit geval - [eiser] in het oog te houden. Het tonen van de lichaamstaal van [eiser] (onder meer het op het oog ontspannen eten van een boterham terwijl hij praat over het plegen van een moord, het maken van een schietgebaar, het hebben van een zakelijke ‘er valt niet met mij te spotten’ houding) en derhalve [eiser] tonen in herkenbare vorm is voor de berichtgeving van deze misstand aan het publiek van belang.
Buiten dat [eiser] in deze procedure niet aannemelijk heeft gemaakt dat Endemol c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] , is met betrekking tot de vordering onder III en IV mede van belang dat de enkele stelling van [eiser] dat Endemol c.s. de hand heeft gehad in het plaatsen van de tv-uitzending op YouTube onvoldoende is om de vordering tot verwijdering toe te wijzen.
Lees het vonnis hier. De full tekst doorzoekbare pdf volgt.