Bekrachtiging vonnis rechtbank dat geen sprake is van inbreuk op octrooi voor mengselseparator

21-09-2015 Print this page
IEPT20150825, Hof Den Haag, Ascom v FMC

Uitleg EP 297: Uit passages van de beschrijving zal de gemiddelde vakman opmaken dat cruciaal is dat voorscheiding gehandhaafd blijft tot in scheidingsruimte. Bij FMC-Variant II wordt de (eventueel) verkregen voorscheiding grotendeels teniet gedaan voordat deze de scheidingsruimte bereikt, zodat cruciaal kenmerk ontbreekt, waardoor deze buiten beschermingsomvang valt. Ook geen equivalentie: niet in wezen dezelfde functie op in wezen dezelfde wijze met in wezen hetzelfde resultaat. Proceskosten FMC in ingetrokken kort geding niet redelijk en evenredig: gematigd van € 180.024 naar € 70.000.

OCTROOIRECHT

Hoger beroep van een vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 september 2013 (IEPT20130911), ingesteld door Ascom. Beide partijen houden zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van separatietechnologie en het exploiteren en toepassen daarvan in de olie- en gasindustrie. Taxon is houdster van een Europees octrooi voor een “inrichting en werkwijze voor het met een stationaire cycloon separeren van een stromend mediummengsel”. Ascom is licentienemer van dit octrooi en gevolmachtigd het octrooi te handhaven namens Taxon. Eiseres FMC brengt hydrocyclonen op de markt en vordert een verklaring voor recht dat FMC geen inbreuk maakt of heeft gemaakt op het Nederlandse deel van het octrooi.

In eerste aanleg is de gevorderde verklaring van niet-inbreuk toegewezen en de gevorderde schadevergoeding ter zake de door FMC gemaakte kosten ter voorbereiding van een door Ascom ingetrokken kort geding procedure afgewezen. In Hoger beroep richten de grieven van Ascom zich tegen toewijzing van de vordering van niet-inbreuk en tegen de ten laste van haar uitgesproken proceskostenveroordeling.

In hoger beroep wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De stelling van Ascom dat er geen voorscheiding hoeft te zijn voordat het mengsel het derde toevoerdeel verlaat wordt afgewezen. De geoctrooieerde inrichting bevat volgens het hof maatregelen die eraan bijdragen dat in de scheidingsruimte een stabiel stromingsplatpatroon ontstaat dat ervoor zorgt dat de voorscheiding behouden blijft of niet verloren gaat. Bij FMC-Variant II wordt de (eventueel) verkregen voorscheiding door de drie rijen toevoeropeningen in elk geval grotendeels teniet gedaan wordt voordat deze de scheidingsruimte bereikt. Hierdoor wordt niet voldaan het laatste kenmerk van EP 297 en daarmee niet onder de beschermingsomvang ervan valt, ook niet bij wege van equivalentie.

In het kader van de proceskosten van het kort geding oordeelt het hof dat de begroting van FMC niet als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. FMC had namelijk een bedrag van € 180.024 gevorderd, wat aanzienlijk hoger was dan de door Ascom gevorderde kosten, te weten € 52.394,48. Volgens het hof kunnen deze kosten namelijk een indicatie geven van de redelijkheid van de kosten van FMC. De proceskosten worden gematigd tot € 70.000. Ten aanzien van de proceskosten in hoger beroep oordeelt het hof dat Ascom als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij deze dient te vergoeden.

IEPT20150825, Hof Den Haag, Ascom v FMC

(ECLI-versie)