Rectificatie ontkracht door toevoeging tussenkopje en gebrek aan voorgeschreven ondertekening

10-09-2015 Print this page
IEPT20150909, Rb Midden-Nederland, FNV v Plus
(Met dank aan Rutger van Rompaey, Van Benthem & Keulen)

FNV heeft rectificatie ontkracht en afbreuk gedaan aan doel van veroordeling (IEPT20150429) door tussenkopje toe te voegen en voorgeschreven ondertekening niet op te nemen. Dat [L] niet direct na plaatsing rectificatie op gebreken heeft gewezen doet niet af aan verbeurde dwangsom: duidelijk welke acties FNV moest ondernemen en sprake van een zelfstandige verplichting. Geen bewust stilzitten om dwangsom zo hoog mogelijk te maken.

 

PUBLICATIE

 

Kort geding. [L] drijft een supermarkt in de vorm van een eenmanszaak onder de naam Plus [L]. FNV heeft een persbericht op haar website geplaatst, waarin zij Plus [L] van overtreding van de regels inzake arbeidsomstandigheden betreffende de tewerkstelling van 15-jarigen en de urenregistratie beticht. Bij vonnis van 29 april 2015 (IEPT20150429) zijn de vorderingen van [L] door de voorzieningenrechter toegewezen, waardoor FNV iedere openbaarmaking/verspreiding van het persbericht moest staken en een rectificatie moest plaatsen op haar Facebookpagina en in de eerstvolgende nieuwsbrief van FNV Noord. [L] heeft FNV verzocht tot betaling van dwangsommen ter hoogte van € 32.500, aangezien FNV de rectificaties niet letterlijk maar in bewerkte vorm zou hebben overgenomen en heeft nagelaten een bericht van Twitter te verwijderen. FNV vordert nu staking van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat in een bodemprocedure einduitspraak is gedaan.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat van belang is dat de in het vonnis opgenomen veroordelingen ten doel hadden om de door de diffamerende berichtgeving van FNV beschadigde reputatie van [L] zoveel mogelijk te herstellen. Anderzijds is van belang dat deze veroordelingen zeer concreet zijn en de ruimte voor uitleg van de veroordeling door deze voorzieningenrechter zeer gering is. In het vonnis is niet slechts de tekst van de te plaatsen rectificaties voorgeschreven, maar is eveneens bepaald dat de rectificaties “uitsluitend de navolgende inhoud” diende te bevatten.

 

FNV heeft de rectificatie ontkracht en afbreuk gedaan aan het doel van de veroordeling door een tussenkopje toe te voegen in de rectificatie en de voorgeschreven ondertekening “Het bestuur van FNV Handel” niet op te nemen. Het beroep op de redelijkheid en billijkheid faalt daarom. Voorts zorgt de omstandigheid dat [L] niet direct na plaatsing van de rectificaties FNV op de daaraan klevende gebreken heeft gewezen er niet voor dat hij geen aanspraak op een deel van de dwangsommen kan maken. Uit het vonnis blijkt ondubbelzinnig welke acties FNV diende te ondernemen en dat zij er desondanks toch voor heeft gekozen om afwijkende rectificaties te publiceren, dient voor haar eigen rekening te blijven. De veroordeling voor FNV is een zelfstandige verplichting, die op geen enkele wijze afhankelijk was van de instemming of goedkeuring van [L] Het beroep op rechtsverwerking faalt daarom.

 

Er is geen sprake van bewust geruime tijd stil zitten door [L] om de dwangsom zo hoog mogelijk te maken. [L] heeft onweersproken gesteld dat zijn advocaat gedurende de week na de uitspraak niet op kantoor aanwezig is geweest en dat deze zo spoedig mogelijk na terugkeer heeft gereageerd. De tussen de rectificaties van 30 april 2015 en de brief van 13 mei 2015 verstreken periode is daarom niet onredelijk lang te noemen. Nu er dwangsommen zijn verbeurd over de periode van 1 mei 2015 t/m 13 mei 2015, klopt het dat een bedrag van € 32.500 is verbeurd. De vorderingen van FNV worden daarom afgewezen.

 

IEPT20150909, Rb Midden-Nederland, FNV v Plus

 

(Kopie originele vonnis)