Contractuele beperking pootgtoedvermeerdering aardappelen toelaatbaar

17-09-2015 Print this page
IEPT20150915, Hof Den Haag, Scholtenszathe v Averis

Artikel 4.5 handelsvoorwaarden, inhoudende dat pootgoedvermeerdering schriftelijke overeenkomst vereist, expliciet van toepassing verklaard. Onvoldoende onderbouwd dat ondanks uitdrukkelijke vermelding Averis dat er geen overeenkomst was, toch zo’n overeenkomst zou bestaan. Geen uitputting kwekersrecht Averis: uitsluitend toestemming verleend om aardappels te vermeerderen onder toezicht van TBM (“Teeltbeschermingsmaatregelen Zetmeelaardappelen”), terwijl niet aan die voorwaarde is voldaan. Artikel 4.5 AHV niet strijdig met mededingingsrecht: valt binnen de groepsvrijstelling.

 

KWEKERSRECHT

 

Beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 april 2014 (IEPT20140402). Averis heeft in april 2013 pootaardappelen van het ras Aveka en van het ras Avarna aan Scholtenszathe verkocht en geleverd. Artikel 4.5 van de door Averis gehanteerde algemene handelsvoorwaarden hield in dat pootgoedvermeerdering van rassen met kwekersrecht uitsluitend mocht plaatsvinden als hiertoe een schriftelijke overeenkomst met Averis was gesloten. Scholtenszathe heeft de geleverde pootaardappelen gepoot en vermeerderd. De rechtbank oordeelde eerder dat er geen sprake was van uitsluiting van artikel 4.5 handelsvoorwaarden en dat niet is gebleken van een schriftelijke overeenkomst waardoor de vermeerdering mocht plaatsvinden. Ook waren de kwekersrechten niet uitgeput en was geen sprake van een ontoelaatbare beperking van de mededinging. Het vonnis wordt bekrachtigd.

 

Het hof is van oordeel dat Averis met haar e-mail van 12 april 2013 aan Scholtenszathe haar algemene handelsvoorwaarden expliciet op de levering van de bestelde pootaardappelen van toepassing heeft verklaard. Niet bestreden is dat die voorwaarden bij Scholtenszathe bekend waren. Voorts is door Averis met nadruk de aandacht gevestigd op artikel 4.5 AHV en verklaar dat er géén overeenkomst is voor vermeerdering van het te leveren pootgoed anders dan onder toezicht van TBN. Scholtenszathe heeft niet onderbouwd dat er toch een overeenkomst zou bestaan. De eerste grief faalt derhalve.

 

Voorts wordt geoordeeld dat het kwekersrecht van Averis niet is uitgeput. Averis heeft uitsluitend toestemming verleend aan Scholtenszathe om de aardappelen te vermeerderen onder toezicht van TBN. Zij was vrij deze voorwaarden te stellen op grond van artikel 13(2) GKwV. Nu niet aan die voorwaarden is voldaan, is geen sprake van uitputting. Het beroep op r.o. 41 van het Kanzi-arrest (IEPT20111020) faalt, nu die rechtsoverweging niet met het huidige geval gelijk te stellen is. Het niet voldoen aan de voorwaarde kan Scholtenszathe dus door Averis worden tegengeworpen.

 

Het hof is ten slotte met de rechtbank van oordeel dat artikel 4.5 AHV niet in strijd is met het mededingingsrecht. De overeenkomst tussen Averis en Scholtenszathe valt binnen de groepsvrijstelling, waardoor de overeenkomst vrijgesteld is van toepassing van artikel 101 (1) VWEU. De stelling dat de overeenkomst op de “zwarte lijst” zou staan van artikel 4(2) onder b Verordening wordt niet gevolgd, aangezien geen sprake is van concurrerende ondernemingen. Averis is kweker en pootgoedhandelaar, terwijl Scholtenszathe teler is.


IEPT20150915, Hof Den Haag, Scholtenszathe v Averis

(kopie origineel vonnis)