Verwarringsgevaar tussen 'NAUTICA (BLUE)' en 'AERONAUTICA' voor o.a. schoeisel en leerproducten
29-09-2015 Print this page
Merkenrecht. Beroep tegen deels geslaagde oppositie tegen inschrijving van het woordmerk „AERONAUTICA” voor waren en diensten van de klassen 9, 18, 20, 25, 35, 42 en 43 ingesteld door de houder van woordmerken „NAUTICA” en „NAUTICA BLUE” voor waren en diensten van de klassen 8, 9, 18, 20, 25, 27 en 35
Het beroep wordt grotendeels afgewezen. Er is sprake van verwarringsgevaar tussen de woordmerken ‘NAUTICA’/‘NAUTICA BLUE’ en ‘AERONAUTICA’. De kamer van beroep heeft terecht geoordeeld dat er sprake is van visuele en fonetische overeenkomsten tussen beide woordmerken. De argumenten die de verzoeker naar voren brengt, zijn onvoldoende onderbouwd. Ook zijn de waren en diensten (o.a. schoeisel en leer) waarvoor de woordmerken voor zijn ingeschreven zijn hetzelfde. Voor een deel van het relevante publiek (het Spaans-, Frans-, Portugees- en Engelssprekend publiek) zou er sprake kunnen zijn van conceptuele verschillen tussen beide woordmerken. Voor de rest van het relevante publiek hebben de woordmerken geen specifieke betekenis en is de conceptuele vergelijking neutraal. Bovendien maakt het in deze zaak geen verschil of het oudere woordmerk een hoog of laag onderscheidend vermogen heeft omdat er sowieso al sprake is van verwarringsgevaar tussen beide woordmerken.
45. It follows that, even if it were necessary to accept the applicant’s arguments based on the weak distinctive character of the earlier trade mark, the identity or similarity of the goods in question and the visual and phonetic similarities between the signs at issue which were rightly noted by the Board of Appeal are in any event sufficient grounds in the present case for concluding that there is a likelihood of confusion.
46. Accordingly, the applicant’s arguments based on the weak distinctive character of the earlier trade mark cannot alter the significance of the Board of Appeal’s assessment of the likelihood of confusion and must therefore be rejected as ineffective.
50. Since, in the present case, it has been found that the Board of Appeal was right to conclude that the registration of the sign AERONAUTICA as a mark for the goods in question was not compatible with Regulation No 207/2009, the applicant could not validly rely, for the purposes of undermining that conclusion, on earlier decisions of OHIM, in particular where the marks in question were, as in the present case, dissimilar.
Lees het arrest hier.