Oneerlijke handelspraktijk door weglaten informatie omtrent financieel product
20-11-2015 Print this page
Oneerlijke handelspraktijk door weglaten of op onvoldoende duidelijk verstrekken informatie over risico’s brugfinancieringen, plaatsingscommissie en eigen deelname in brugfinancieringen. Feit dat appellanten ondernemers zijn breng niet met zich dat zij geen gemiddelde consumenten zijn.
ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN
Hoger beroep. Appellanten hebben met geïntimeerde een overeenkomst van vermogensbeheer gesloten. Hierbij is risicoprofiel ‘gematigd offensief’ aangehouden. Na verloop van tijd hebben partijen de samenwerking beëindigd, en stellen appellanten geïntimeerde aansprakelijk voor gelede schade door het door het vermogensbeheer. Zij stellen dat er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk doordat volgens hen essentiële informatie is achtergehouden met betrekking tot het door hen aangeschafte financiële product.
Het hof oordeelt dat geïntimeerde essentiële informatie heeft weggelaten of deze op onvoldoende duidelijke wijze heeft verstrekt, waardoor sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. In de prospectussen was immers niet gewezen op de specifieke risico's van de financieringen, namelijk over de (reële) mogelijkheid dat het bedrag van de lening helemaal niet zal worden terugbetaald. Het feit dat appellanten ervaren ondernemers zijn, brengt verder niet met zich dat zij in relatie tot de financieringen niet als gemiddelde consument worden beschouwd. Het achterwege laten van het informeren omtrent het ontvangen van plaatsingscommissie is verder ook te kwalificeren als een misleidende ommissie, evenals het niet wijzen op de belangentegenstellingen die eigen deelname aan de brugfinancieringen met zich bracht. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan om partijen nogmaals te proberen met elkaar tot een minnelijke regeling te komen.
IEPT20151020, Hof Arnhem-Leeuwarden, Oneerlijke handelspraktijk