Geen verwarringsgevaar tussen woordtekens "CALIDA" en "DADIDA" voor kleding
27-10-2015 Print this page
Merkenrecht. Beroep tegen de internationale inschrijving met aanduiding van de Europese Unie van het beeldmerk met het woordelement „dadida” voor waren van klasse 25.
Het beroep wordt verworpen. Er is geen verwarringsgevaar tussen het oudere woordmerk ‘CALIDA’ en het nieuwe beeldmerk met woordteken ‘DADIDA’. Er is sprake van een visueel verschil tussen beide tekens. Onder andere omdat beide woorden uit andere letters bestaan en het nieuwe teken een beeldmerk samen met een woordteken is in plaats van enkel een woord. Daarnaast heeft de verzoeker niet voldoende aan kunnen tonen dat het oudere woordmerk verhoogd onderscheidend vermogen heeft. Omdat de tekens op meerdere punten van elkaar verschillen kan er niet worden geoordeeld dat er verwarringsgevaar bestaat tussen beide tekens.
74. In the first place, in so far as the applicant claims, in essence, that the phonetic similarity alone ought to have led to a finding of a likelihood of confusion, having regard to the fact that the goods at issue are partially identical and partially similar, it should be borne in mind that although the marks’ phonetic similarity alone could create a likelihood of confusion within the meaning of Article 8(1)(b) of Regulation No 207/2009, the existence of such a likelihood must be established as part of a global assessment of the conceptual, visual and phonetic similarities between the signs at issue. In that regard, the assessment of any phonetic similarity is but one of the relevant factors for the purpose of that global assessment (judgments of 23 March 2006 in Mülhens v OHIM, C‑206/04 P, ECR, EU:C:2006:194, paragraph 21, and doorsa FÁBRICA DE PUERTAS AUTOMÁTICAS, cited in paragraph 40 above, EU:T:2011:679, paragraph 60).
Lees het arrest hier.