Octrooi voor verzending reeks symbolen niet-inventief door keuze uit voor de hand liggende oplossingen

28-10-2015 Print this page
IEPT20151028, Rb Den Haag, ZTE v Vringo
(Met dank aan Jan Pot, Ruprecht Hermans, Richard Ebbink en Gaëlle Béquet, Brinkhof)

Conclusie 1 en 12 EP 119 niet inventief: geen probleemuitvinding, mede door in standaardiseringsgroep gewisselde e-mails en oplossing van het objectieve probleem ligt voor de hand


OCTROOIRECHT

Vringo is houder van het octrooi EP 1 186 119 B2 (hierna: EP 119) voor een ‘werkwijze voor het verzenden van een bepaalde reeks symbolen’. Vringo heeft in Engeland een inbreukprocedure tegen de Engelse tak van ZTE ingesteld op basis van EP (UK) 119. Later is in Nederland conservatoir beslag gelegd op door de douaneautoriteiten tegengehouden goederen, omdat deze inbreuk zouden maken op octrooi EP 119. De voorzieningenrechter te Den Haag heeft hierna een vordering van ZTE tot opheffing van de gelegde beslagen afgewezen (zie IEPT20141024), onder meer omdat de uitslag in een bodemprocedure aangaande de geldigheid van het octrooi te onzeker was. In het huidige geschil vordert ZTE bij de rechtbank primair EP 119 nietig te verklaren en subsidiair voor recht te verklaren dat de in document TS 25.211 V11.4.0 niet onder de beschermingsomvang van EP 119 valt.

De rechtbank benadert in casu de inventiviteit aan de hand van Problem-Solution-Approach met TS 25.211 V2.1.0 als nabije stand van techniek. Volgens de rechtbank was dit document de laatste conceptversie voor nieuwe UMTS standaard en openbaart onbestreden de in de aaanhef van de conclsie opgenomen kenmerken 1.1-1.3 en kenmerk 3.

Verder is volgens de rechtbank onvoldoende duidelijk gesteld dat octrooi EP 199 een ‘probleemuitvinding’ betreft. Problemen en omstandigheden die hier op zouden duiden zijn immers pas op het pleidooi aangevoerd. Bovendien zouden deze blijken uit een lastig te volgen verklaring van dhr. Moulsley, maar zijn deze te kort aangestipt. In het octrooi en de conclusie van antwoord zijn deze ‘puzzelstukjes’ bovendien niet als gezamenlijke veroorzakers van een probleem beschreven. Ook is de rechtbank van oordeel dat de argumenten die hierop zien niet overtuigen.

Tenslotte oordeelt de rechtbank dat conclusies 1 en 12 van het octrooi zijn niet inventief zijn, aangezien de oplossingen om antenna hopping wél en juist niet door te zetten in het tweede frame voor de hand liggend zijn, en bovendien niet is betoogd dat de ene oplossing biedt boven de andere.

IEPT20151028, Rb Den Haag, ZTE v Vringo


(ECLI-versie)