Uitgaveovereenkomsten niet rechtsgeldig ontbonden

Print this page 05-11-2015
IEPT20151103, Hof Amsterdam, Emryss
(Met dank aan Adonna Alkema, Hofhuis Alkema Groen)

Geen overeenkomst tot stand gekomen m.b.t. werk “Plants”: nog geen overeenstemming over omvang en wijze van uitgeven. Wel sprake van aansprakelijkheid van [V] wegens het eenzijdig afbreken van de onderhandelingen m.b.t. “Plants”. Uitgeefovereenkomsten niet rechtsgeldig ontbonden door gebrek aan verzuim. Hof volgt oordeel Rb dat [V] € 100.000 aan dwangsommen heeft verbeurd door toestemming vertalingen tweetal werken te weigeren.  [B] niet persoonlijk aansprakelijk voor handelen Emryss: ernst van aangevoerde omstandigheden onvoldoende. Emryss op grond van uitgavecontract gerechtigd werken van Vermeulen in digitale vorm te verveelvoudigen en openbaarmaken. Gevorderde afschriften van bescheiden op grond van artikel 12 van uitgavecontract toewijsbaar. Overeenkomsten m.b.t. aantal werken per 28 februari 2011 geëindigd: onvoldoende bestreden. Aantal vorderingen alsnog afgewezen wegens niet rechtsgeldige ontbinding uitgeefovereenkomsten. [V] moet rectificatie sturen wegens uitlatingen dat licentieovereenkomsten rechtsgeldig waren ontbonden.

 

OVEREENKOMST

 

[V] is auteur van boeken op het gebied van homeopathie. Sinds 1992 heeft aanvankelijk [B] en daarna Emryss, waarvan [B] directeur is, een groot aantal werken van [V] uitgegeven. Voor een tweetal titels hebben partijen een overeenkomst gesloten genaamd: Standaard contrakt voor de uitgave van een boek. Het contract geldt feitelijk voor alle werken van [V] die Emryss heeft uitgegeven. In 2004 zijn [V] en Emryss begonnen met de uitgave van de Spectrum-serie die uit acht delen zou bestaan. De eerste delen zijn door Emryss uitgegeven. Deel III heeft [V] uiteindelijk doen uitgeven door Saltire Books te Glasgow. In het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 juli 2013 (IEPT20130724) werd onder meer geoordeeld dat alle overeenkomsten met Emryss met betrekking tot alle boeken die Emryss van [V] uitgaf rechtsgeldig zijn ontbonden. Zie ook het latere herstelvonnis (IEPT20130807), het tussenvonnis van 5 september 2012 (IEPT20120905) en het kort gedingvonnis van 8 september 2011 (IEPT20110908).

 

De eerste grief in principaal beroep, waarin Emryss stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat tussen haar en [V] geen overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot “Plants” faalt. Het hof oordeelt dat Emryss onvoldoende heeft onderbouwd dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er overeenstemming was bereikt, aangezien nog geen overeenstemming was bereikt over de omvang en wijze van het uitgeven van het werk.

 

Vervolgens wordt geoordeeld dat [V] de uitgeefovereenkomsten heeft ontbonden zonder dat [B] of Emryss in verzuim waren of tekort waren geschoten. Ook als er met betrekking tot de jaarlijkse afrekening van royalty’s fatale termijnen golden zijn die niet geschonden. Verder is onvoldoende onderbouwd dat Emryss te weinig deed om de boeken van [V] te promoten. De ontbinding is daarom niet rechtsgeldig.

 

Het hof oordeelt dat [V] op zichzelf vrij stond om de onderhandelingen af te breken met betrekking tot Plants, aangezien nog geen overeenstemming bestond over de omvang en de wijze van het uitgeven van het werk. Hij is echter wel aansprakelijk voor het afbreken van de onderhandelingen. [V] heeft onvoldoende weersproken dat  Emryss op verzoek en/of medeweten van [V] substantiële kosten heeft gemaakt die door het afbreken van de onderhandelingen nodeloos zijn gebleken. Emryss wordt in gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de door hem geleden schade.

 

De grieven die zijn gericht tegen het oordeel in het eindvonnis dat [V] € 100.000 aan dwangsommen heeft verbeurd falen. [V] heeft zich niet aan het vonnis van de voorzieningenrechter gehouden door op onredelijke gronden zijn toestemming voor het uitbrengen door Emryss van een Italiaanse vertaling van een tweetal werken te weigeren. De door [V] aangevoerde weigeringsgrond dat partijen een geschil hadden is onredelijk, nu de voorzieningenrechter juist had geoordeeld dat – ondanks dit geschil – partijen de overeenkomst dienden na te komen, totdat in de bodemzaak uitspraak zou worden gedaan.

 

[B] kan volgens het hof niet als enig bestuurder van Emryss persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor het handelen van Emryss. De ernst van de aangevoerde omstandigheden is daartoe onvoldoende. Voorts wordt geoordeeld dat Emryss op grond van het contract gerechtigd was de werken van Vermeulen in digitale vorm te verveelvoudigen en openbaarmaken. Voor zover daarvoor in beginsel schriftelijke toestemming was vereist, vloeit uit de informele, zo niet vriendschappelijke wijze waarop partijen met elkaar omgingen en de omstandigheid dat [V] door de jaarlijkse afrekeningen steeds op de hoogte was van de bedoelde uitgaven, voort dat hij moet worden geacht met een en ander te hebben ingestemd.

 

Met betrekking tot de door [V] gevorderde afschriften van alle bescheiden met betrekking tot de inbreuk op zijn auteursrechten, wordt geoordeeld dat uit artikel 12 van het contract volgt dat Emryss verplicht is tot afgifte van kopieën van dergelijke bescheiden. Voor zover meer of andere bescheiden worden gevorderd is onvoldoende concreet en bepaald aangegeven waarop wordt gedoeld.

 

De meer meer subsidiaire vordering van [V] dat dat de overeenkomsten met betrekking tot een aantal werken  per 28 februari 2011 is geëindigd wordt toegewezen, aangezien Emryss deze opzegging onvoldoende heeft bestreden. Nu niet is gebleken dat Emryss deze opzegging niet heeft gerespecteerd, heeft zij niet onrechtmatig gehandeld. In het licht van het feit dat de overige uitgeefovereenkomsten niet rechtsgeldig zijn ontbonden, blijkt dat Emryss door voortzetting van de exploitatie uit de overige uitgeefovereenkomsten eveneens niet onrechtmatig heeft gehandeld. Ook een aantal andere vorderingen zijn omdat geen sprake was van rechtsgeldige ontbinding ten onrechte toegewezen, waaronder een verbod om de werken van Vermeulen nog langer uit te geven, een vordering tot afgifte van herdrukken die Emryss na ontbindingsdatum had gemaakt en het doen van opgave van verkoopaantallen.

 

Ten slotte wordt overwogen dat [V] een rectificatie moet sturen aan degenen die hij heeft laten weten dat de licentieovereenkomsten tussen hem en Emryss rechtsgeldig waren ontbonden.

IEPT20151103, Hof Amsterdam, Emryss
 

(kopie origineel vonnis)