Niet aannemelijk dat Bruna toerekenbaar tekort is geschoten en dat overeenkomsten nietig zijn
16-11-2015 Print this page
Niet aannemelijk geworden dat Bruna toerekenbaar is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht voor [gedaagden]. Rechtsgeldige opzegging franchiseovereenkomst: toerekenbare tekortkoming [gedaagden] wegens betalingsachterstand van € 208.889. Spoedeisend belang Bruna wegens betalingsachterstanden, belemmering exploitatie pand door Bruna en reputatieschade wegens uitgedund en verouderd assortiment.
FRANCHISING - OVEREENKOMST
Kort geding. Gedaagden hebben met Bruna een overeenkomst ter overname van een onderneming en een franchiseovereenkomst gesloten, waarop gedaagden een Bruna-winkel zijn gaan exploiteren. Gedaagden zijn veroordeeld tot betaling van een geldbedrag, waarop Bruna is overgegaan tot een gedeeltelijke leveringsstop en heeft de franchiseovereenkomst ontbonden. Bruna vordert bij de voorzieningenrechter onder andere betaling van de geldsom.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet aannemelijk geworden dat Bruna toerekenbaar tekort is geschoten in de op haar rustende zorgplicht voor gedaagden. Bruna heeft gedaagden immers verschillende kansen geboden om exploitatie van haar winkel op orde te krijgen. Ook als Bruna wel haar zorgplicht zou hebben geschonden, valt niet in te zien dat dat zou leiden dat Bruna de franchiseovereenkomst niet zou mogen ontbinden.
Verder is volgens de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de aanvullende overeenkomst niet dan wel vernietigbaar is. Het stond partijen immers vrij om afspraken te maken over het al dan niet voeren van verweer in de bij de rechtbank aanhangige procedure. Ook de vernietigbaarheid van de franchiseovereenkomst is niet aannemelijk geworden. Dit omdat door Bruna gemotiveerd is bestreden dat zij ondeugdelijke prognoses heeft gegeven.
Volgens de voorzieningenrechter staat verder vast dat er sprake is van een betalingsachterstand, waardoor aannemelijk is dat gedaagden toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming. Hierdoor wordt aangenomen dat de franchiseovereenkomst (en daarmee ook de onderhuurovereenkomst) rechtsgeldig is ontbonden. De ontruiming van het winkelpand is toewijsbaar door beëindiging en door de huurachterstand.