Geen (publiek) belang bij zuivering merkenregister van merken die aan verval blootstaan
02-12-2015 Print this page
Belanghebbende bij verval merkrecht: (rechtspersonen) die zeker (zelfstandig vermogens)belang hebben bij vordering tot vervallenverklaring. Onvoldoende onderbouwd dat Stichting Eco Communicatie en/of Ventoux (vermogensrechtelijk) belang hebben bij verval “ECO LABEL” merk. Beschermen anonieme cliënt tegen reconventionele vorderingen m.b.t. mogelijke inbreuk geen belang dat bescherming verdient. 1019h Rv proceskosten (€ 10.000) nu door wijze procederen geen mogelijkheid tot instellen reconventionele vordering bestond.
PROCESRECHT - MERKENRECHT
Hoger beroep tegen IEPT20140702 over de vraag of het collectief woord/-beeldmerk “ECO LABEL” normaal is gebruikt door Stichting Keurmerk Eco Label. Ventoux en de Stichting Eco Communicatie hebben de vervallenverklaring gevorderd van het desbetreffende merk. Volgens Ventoux wordt opgetreden voor een cliënt die anoniem wenst te blijven. De rechtbank heeft Ventoux niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. Het vonnis wordt bekrachtigd.
Het hof volgt Ventoux niet in haar stelling dat zij belanghebbende is doordat zij een algemeen belang dient door het merkenregister te zuiveren van merken die aan verval blootstaan. Dat dit streven volgens de (Benelux)wetgever geen rol speelt waar het de vervallenverklaring van merken op voet van artikel 2.27 BVIE betreft, volgt volgens het hof reeds uit het feit dat, anders dan waar het de inroeping van nietigheid ex artikel 2.28 BVIE betreft, de wetgever er niet in heeft voorzien dat de desbetreffende vordering ook door het OM kan worden ingesteld. Het hof ziet geen aanleiding om vragen aan het Benelux Gerechtshof te stellen.
Het moet daarom worden aangenomen dat de door de (Benelux)wetgever gebruikte kwalificatie “belanghebbende” ziet op (rechts)personen aan wier zijde bij de vordering tot vervallenverklaring van een merk op de in artikel 2.26 BVIE genoemde gronden een zeker (zelfstandig vermogens)belang bestaat. De rechtbank wijst er terecht op dat dit (behoudens uitzonderlijke gevallen) ook op grond van artikel 3:303 BW geldt voor het instellen van een civiele rechtsvordering. Dit belang zal in beginsel gegeven zijn als vast staat dat de betrokkene belanghebbende is in de zin van artikel 2.27 BVIE.
Dat Stichting Eco Communicatie en/of Ventoux bij het verval van het merk (in vermogensrechtelijke zin) gebaat zullen zijn c.q. in hun belangen geschaad worden indien de merkenrechten in stand blijven, is onvoldoende onderbouwd.
Ventoux c.s. heeft ook aangevoerd op te treden ten behoeve van cliënten die belang hebben bij de vervallenverklaring wegens niet-normaal gebruik van het merk van Stichting Keurmerk c.s. ter voorkoming van een mogelijk door hen te plegen inbreuk erop. Het belang zou er onder meer in liggen dat wordt voorkomen dat de procedure tot vervallenverklaring direct een platform biedt voor het instellen van reconventionele vorderingen terzake mogelijke inbreuk. Voor zover dit belang al aanwezig is, is het volgens het hof geen belang dat bescherming verdient. Stichting Keurmerk c.s. wijzen er terecht op dat dit ertoe zou leidt dat zij geen eis in reconventie kunnen instellen, de uitspraak ten opzichte van de anoniem gebleven cliënt geen gezag van gewijsde krijgt en het daardoor voor die laatste mogelijk is om meerdere keren over dezelfde kwestie te procederen.
Het hof sluit zich bij het oordeel van de rechtbank dat een kostenveroordeling volgens de indicatietarieven in IE-zaken op zijn plaats is. Hierbij noemt het hof de uit het oogpunt van behoorlijke rechtspleging niet acceptabele wijze waarop deze procedure is ingestoken, waarbij volgens de eigen uitlatingen van Ventoux c.s. een rol heeft gespeeld dat het voor de Stichting Keurmerk c.s. niet mogelijk zou moeten zijn om ter handhaving van hun merkenrechten een eis in reconventie in te stellen.
IEPT20151201, Hof Amsterdam, Stichting Eco Communicatie