Geen dwangsommen verbeurd

21-06-2016 Print this page
IEPT20151210, Rb Noord-Holland, Bio World Merchandising v Sunset

Bevoegdheid voorzieningenrechter in conventie niet in geschil. Voorzieningenrechter bevoegd m.b.t. reconventionele vorderingen: voldoende samenhang tussen vordering in conventie en reconventie, zodat NL rechter ook in reconventie rechtsmacht heeft. Geen dwangsom verbeurd ten aanzien van gebeurtenissen vóór betekening van kort geding vonnis. Onvoldoende aannemelijk dat mededelingen in  strijd met r.o. 6.5.  van het vonnis zijn gedaan. Geen dwangsommen verbeurd door gebruik merk-, handels- of domeinnamen met “BWI” of “BWIMERCH”: termen verschillen te veel van “Bioworld (Merchandising)”. Reconventionele vorderingen die feitelijk zelfde verboden als in kort geding vonnis vorderen c.q. verklaringen voor recht afgewezen.

 

IPR – EXECUTIEGESCHIL

 

Executiegeschil na het vonnis in kort geding van 26 oktober 2015 (IEPT20151026).

 

De voorzieningenrechter overweegt dat hij bevoegd is op grond van artikel 2 Rv, nu Europe c.s. in Nederland woonplaats heeft. Ook ten aanzien van de reconventionele vorderingen wordt geoordeeld dat de voorzieningenrechter bevoegd is, op grond van artikel 2 jo. 7 Rv. Er bestaat voldoende samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie om te concluderen dat de Nederlandse rechter ook in reconventie rechtsmacht heeft.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat Merchandising geen dwangsommen heeft verbeurd. Een deel van de gebeurtenissen waarvoor volgens Europe c.s. dwangsommen zouden zijn verbeurd hebben vóór het kort gedingvonnis plaatsgevonden, waardoor geen dwangsommen kunnen zijn verbeurd. Ook is onvoldoende aannemelijk dat mededelingen in strijd met r.o. 6.5 van het kort geding vonnis zijn gedaan. Het feit dat Merchandising de merk-, handels- of domeinnamen met “BWI” of “BWIMERCH” is gaan gebruiken leidt ook niet tot het verbeuren van dwangsommen, omdat deze termen volgens de voorzieningenrechter te veel verschillen van de termen “Bioworld” en “Bioworld Merchandising”.

 

De reconventionele vorderingen worden afgewezen. Europe c.s. vordert feitelijk dezelfde verboden als in het eerdere vonnis en verklaringen voor recht. Europe c.s. heeft volgens de voorzieningenrechter geen belang bij het vorderen van dezelfde verboden en voor het vragen van een verklaring voor recht leent een kort geding zich naar zijn aard niet.

 

IEPT20151210, Rb Noord-Holland, Bio World Merchandising v Sunset 

(ECLI-versie)