Proceskosten kunnen alleen in procedure waarin zij zijn gemaakt worden teruggevorderd
30-01-2016 Print this page
Proceskosten kunnen alleen in procedure waarin zij zijn gemaakt worden teruggevorderd
PROCESRECHT
3.4.2 Het middel is gegrond voor zover daarin geklaagd wordt dat het oordeel van het hof in strijd is met art. 241 Rv in verbinding met art. 6:96 lid 2 BW.
Ingevolge eerstgenoemde bepaling kan ter zake van verrichtingen waarvoor de in de art. 237-240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals verrichtingen ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van art. 6:96 lid 2 BW worden toegekend, maar zijn alleen de regels betreffende proceskosten van toepassing. De regeling van de art. 237-240 Rv derogeert ingevolge art. 6:96 lid 3 BW in verbinding met art. 241 Rv aan art. 6:96 lid 2 BW; zij derogeert eveneens aan het uitgangspunt dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, volledig te vergoeden (HR 17 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600). Nu de man niet aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd dat (ook) het procederen zelf als een onrechtmatige daad van de vrouw moet worden aangemerkt, brengt het bovenstaande mee dat de kosten van juridische bijstand voor procedures die de man tegen de vrouw heeft moeten voeren in verband met de uitvoering van het bindend advies, slechts ten laste van de vrouw kunnen worden gebracht binnen de grenzen van de art. 237-240 Rv en dus ook alleen bij de rechterlijke uitspraak in de desbetreffende procedures.
IEPT20160129, HR, Proceskosten
(ECLI-versie)