Reclame-uitingen die de indruk wekken dat [Autobedrijf 2] thans nog Mazdadealer is onrechtmatig

03-03-2016 Print this page
IEPT20160219, Rb Den Haag, Onrechtmatige reclame

Reclame-uiting dat [Autobedrijf 2] aanspreekpunt voor reparatie en onderhoud Mazda blijft onrechtmatig: feitelijk onjuist en dus misleidend. Reclame-uitingen die onjuiste indruk wekken dat [Autobedrijf 2] thans nog Mazdadealer is onrechtmatig. Onvoldoende onderbouwd dat [Autobedrijf 2] met de inrichting van haar showroom de indruk wekt dat zij thans nog een erkende Mazdadealer is. Geen rectificatie voor niet-toelaatbare uitingen: slechts beperkte groep mensen heeft daarvan kennisgenomen, waardoor de impact van de uitingen beperkte is. Advertentie [Autobedrijf 1] in AD Gouda en Krant van Gouda ongeoorloofde vergelijkende reclame, rectificatie toegewezen: wekt onjuiste indruk dat [Autobedrijf 1] (de onderneming van) [Autobedrijf 2] heeft overgenomen en dat [Autobedrijf 2] ophoudt te bestaan. Gesteld gebruik door [Autobedrijf 1] van onrechtmatig verkregen bedrijfsinformatie onvoldoende aannemelijk.

 

RECLAMERECHT – BEDRIJFSGEHEIMEN

 

Kort geding. [Autobedrijf 2] was tot 1 november 2015 door de importeur van voertuigen van het merk Mazda in Nederland, aangesteld als erkend Mazdadealer en -reparateur voor de verkoop en reparatie van Mazda’s vanuit haar vestiging in Gouda. Op 1 november 2015 is het dealerschap van [Autobedrijf 2] beëindigd en sindsdien is zij uitsluitend nog erkend Mazdareparateur. Per 1 november 2015 is [Autobedrijf 1] door Mazda Nederland aangesteld als erkend Mazdadealer en -reparateur voor de verkoop en reparatie van Mazda’s vanuit haar vestiging in Waddinxveen. Volgens [autobedrijf 1] heeft [autobedrijf 2] met een brief, een artikel in het AD Gouda, uitlatingen op het internet en de inrichting van haar showroom een onjuiste indruk gewekt dat zij nog steeds erkend Mazdadealer is voor de verkoop van nieuwe Mazda’s. In reconventie stelt [Autobedrijf 2] onder andere dat advertenties van [Autobedrijf 1] waarin de indruk wordt gewekt dat [Autobedrijf 1] [Autobedrijf 2] heeft overgenomen, misleidend zijn en jegens [Autobedrijf 2] onrechtmatig.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat  de uiting dat [Autobedrijf 2] aanspreekpunt voor reparatie en onderhoud Mazda blijft onrechtmatig is, aangezien de uiting feitelijk onjuist is en dus misleidend is in de zin van artikel 6:194 BW.  Voorts zijn de reclame-uitingen die de onjuiste indruk wekken dat [Autobedrijf 2] thans nog Mazdadealer is onrechtmatig. De voorzieningenrechter volgt [Autobedrijf 1] niet in haar stelling dat [Autobedrijf 2] met de inrichting van haar showroom de indruk wekt dat zij thans nog een erkende Mazdadealer is. In het licht van de stellingen van [Autobedrijf 2], dat er in de showroom uitsluitend occasions staan en dat dit dubbelzinnig uit een informatiebord blijkt en de toezegging van [C] van Mazda Nederland dat de huidige showroom niet in strijd is met de door Mazda Nederland gestelde voorwaarden, zijn de stellingen van [Autobedrijf 1] onvoldoende onderbouwd. De gevorderde rectificatie voor de niet-toelaatbare  uitingen wordt afgewezen, omdat slechts een beperkte groep mensen daarvan heeft kennisgenomen, waardoor de impact van de uitingen beperkt is.

 

In reconventie oordeelt de voorzieningenrechter dat de advertentie van [Autobedrijf 1] in het AD Gouda en de Krant van Gouda ongeoorloofde vergelijkende reclame is en wordt de gevorderde rectificatie toegewezen. De advertentie wekt de onjuiste indruk dat [Autobedrijf 1] (de onderneming van) [Autobedrijf 2] heeft overgenomen en dat [Autobedrijf 2] ophoudt te bestaan. De rectificatie wordt toegewezen in het licht van de ernst van de overtreding en het belang van [Autobedrijf 2] om de situatie recht te zetten. Het gestelde gebruik door [Autobedrijf 1] van onrechtmatig verkregen bedrijfsinformatie is echter onvoldoende aannemelijk.

 

IEPT20160219, Rb Den Haag, Onrechtmatige reclame

(ECLI-versie)