Inbreuk op ERA merken door deze na einde franchiseovereenkomst te blijven gebruiken

30-03-2016 Print this page
IEPT20160309, Rb Gelderland, ERA v Houvast

Niet onderbouwd dat ook slagzinnen onder de te beschermen IE-rechten van ERA vallen. Handelsnaamgebruik “ERA” door Houvast na einde franchiseovereenkomst onvoldoende onderbouwd. Merkinbreuk door ERA merken na einde franchiseovereenkomst te blijven gebruiken t/m oktober 2014. Inbreukverbod voor de toekomst, ondanks dat thans geen gebruik van ERA merken lijkt te worden gemaakt: gelet op moeizame houding Houvast in periode na beëindiging franchiseovereenkomst en omdat Houvast geen bezwaar tegen verbod heeft. Schadevergoeding van € 1.250 per maand aan gederfde licentievergoeding voor periode van 9 maanden: € 11.250. 1019h Rv proceskostenveroordeling afgewezen: proceskosten niet begroot en onderbouwd door ERA en ERA mag deze niet alsnog begroten en specificeren: had zij binnen zelfde termijn die geldt voor indienen laatste producties moeten doen

 

FRANCHISING – HANDELSNAAMRECHT – MERKENRECHT - SCHADE - PROCESRECHT

 

ERA is een onderneming die actief is in de makelaardij. ERA Nederland maakt deel uit van een internationaal samenwerkingsverband van kwaliteitsmakelaars, waarin de zogenaamde ERA formule, bestaande uit de naam ERA Makelaar, verschillende merken, logo’s en slogans (de ERA intellectuele eigendomsrechten) op basis van franchise in verschillende landen wordt geëxploiteerd. Houvast is in de periode 2003 tot 2014 franchisenemer van ERA geweest. Houvast heeft de franchiseovereenkomst bij brief van 26 juni 2013 opgezegd, welke opzegging per brief  van 22 november 2013 door ERA is bevestigd. ERA stelt dat inbreuk wordt gemaakt op haar handelsnaam- en merkenrechten.

 

De rechtbank oordeelt dat niet is onderbouwd dat ook slagzinnen onder de te beschermen IE-rechten van ERA vallen, waardoor de vorderingen die daarop zien worden afgewezen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat Houvast na het einde van de franchiseovereenkomst gebruik is blijven maken van de handelsnaam “ERA”.

 

Er is wel sprake van merkinbreuk, omdat Houvast na beëindiging van de franchiseovereenkomst de ERA merken is blijven gebruiken tot en met oktober 2014. Houvast heeft namelijk erkend dat tot en met oktober 2014 op enkele plekken ongewild ERA uitingen zichtbaar zijn gebleven op foto’s op haar eigen website en die van funda en op te koop borden en posters van panden die Houvast in beheer heeft. Het ontbreken van kwade wil of opzet aan de zijde van Houvast doet niet af aan deze merkinbreuk, aangezien opzet niet vereist is voor het aannemen van inbreuk. Vanwege de moeizame houding van Houvast in de periode na de beëindiging van de franchiseovereenkomst en omdat Houvast geen bezwaar heeft tegen een toekomstig verbod, wordt het gevorderde toekomstige merkinbreukverbod toegewezen.

 

Houvast moet een schadevergoeding betalen van € 11.250, bestaande uit de licentievergoeding van € 1.250 per maand voor negen maanden die zij zou hebben moeten betalen als zij ERA toestemming had gevraagd om haar merken te gebruiken. ERA heeft aanspraak gemaakt op een volledige proceskostenvergoeding ex artikel 1019h RV, maar heeft haar advocaatkosten niet begroot en met geen enkel stuk onderbouwd. De werkelijke advocaatkosten van ERA zijn daarom onduidelijk. ERA wordt niet toegestaan de kosten alsnog bij akte te begroten en specificeren, omdat de proceskostenopgave moet worden ingediend binnen dezelfde termijn die geldt voor het indienen van de laatste producties. Tot uiterlijk 24 uur voor de zitting kan de opgave worden aangevuld. Nu de daadwerkelijke kosten niet zijn onderbouwd wordt Houvast veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief.

IEPT20160309, Rb Gelderland, ERA v Houvast

(ECLI-versie)