Verwarringsgevaar tussen de beeldmerken “Jones” en “Mr. Jones” voor o.a kleding
14-04-2016 Print this page
Merkenrecht. Beroep door de aanvrager van het Gemeenschapsbeeldmerk “Mr Jones”, ingeschreven voor waren van klasse 18, 25 en 35, tegen de toegewezen oppositie van de houder van het internationale beeldmerk “Jones”, ingeschreven voor waren van klasse 18 en 25.
Het beroep wordt afgewezen. Er is sprake van verwarringsgevaar tussen de merken voor kledingstukken, schoeisel en hoofddeksels. Het woordelement ‘Jones’ in “Mr Jones” heeft een zwak onderscheidend vermogen. Dat Jones een bekende achternaam is doet hier niet aan af, omdat dit niet van belang is voor de beoordeling van het onderscheidend vermogen en omdat dit niet zo is voor het gehele relevante publiek. Ook het argument dat ‘Jones’ in meerdere merken wordt gebruikt doet hier niet aan af, omdat het bewijs dat hiervoor is aangeleverd niet toelaatbaar is. De merken stemmen visueel gezien ook overeen. Het woordelement ‘Jones’ komt voor in beide merken. Het woordelement ‘Mr’ maakt volgens het GEU geen blijvende indruk en ook de grafische letter ‘O’ is niet voldoende opvallend. Het GEU concludeert dat door het overeenstemmende woordelement ‘Jones’ de merken dus visueel overeenstemmen.
39. In addition, it must be pointed out, as EUIPO notes, that the applicant has failed to show how the word ‘jones’, which is an English surname, is descriptive or has a weakly distinctive character with regard to the goods in Classes 18 and 25.
40. It follows that the applicant’s arguments relating to the weakly distinctive character of the element ‘jones’ must be rejected.
45. It follows from the foregoing that the Board of Appeal rightly found, relying on the overall impression given by the marks at issue, that, notwithstanding the differences established between them, they were visually similar because of the presence of the common element ‘jones’.
Lees het arrest hier.