Verwarringsgevaar tussen B'lue en Blu de San Miguel door concept blauw

29-06-2016 Print this page
IEPT20160428, GEU, Compagnie Gervais Danone v EUIPO

Merkenrecht. Beroep tegen de toegewezen oppositie tegen inschrijving het bovenstaande uniebeeldmerk voor waren en diensten uit de klasse 32, 38 en 43 (isotone dranken, energie dranken) door Compagnie Gervais Danone. De oppositie is ingesteld door San Miguel, Fabricas de Cerveza y Malta, SA, houder van het oude uniewoordmerk ‘BLU DE SAN MIGUEL’.

Het beroep wordt verworpen. De aanvrager stelt dat de Kamer van Beroep niet correct heeft vastgesteld dat er een verwarringsgevaar zou zijn tussen de merken. Het heeft daarvoor 5 redenen: refereren aan de kleur blauw in het merk is zou louter beschrijvend zijn, en daardoor weinig impact hebben (1); doordat het nieuwe merk kort is is het verschil met het oude merk des te groter (2); de onderlinge verschillen van de merken zijn groter dan de overeenkomsten (3); doordat de waren in self-service winkels worden verkocht is de visuele eigenschap van het merk doorslaggevend (4); ‘san miguel’ zou een dominant deel van het oude merk zijn, in tegenstelling tot wat de Kamer van Beroep vond (5).

Het Gerecht gaat niet in de argumenten mee. Het stelt allereerst vast dat, hoewel Blu niet per se een dominant deel van het oude merk is, het niet onderdoet voor het beschrijvende ‘de san Miguel’, dat voor een groot deel van de Europese bevolking geen specifieke betekenis heeft. In het nieuwe merk vindt het ook dat de elementen van het merk gelijkwaardig zijn. Het Gerecht vindt tevens dat de merken overeenstemmen: visueel in mindere mate, doch fonetisch en conceptueel zijn ze vrijwel identiek. Het merk wordt, doordat ‘blu’ aan het begin van het merk staat, hetzelfde uitgesproken, en de merken refereren allebei aan het concept blauw, niet zozeer aan de beschrijvende kleur. Zodoende stemmen de merken overeen. Dezelfde doelgroep en dezelfde waren leiden ertoe dat het Gerecht vaststelt dat er een verwarringsgevaar is, waardoor het nieuwe merk niet mag worden ingeschreven. De argumenten met betrekking tot de plek van verkoop zijn niet geheel onbelangrijk, maar omdat niet vast is te stellen of de verkoop exclusief in self-service winkels plaats zal vinden kan het Gerecht geen extra waarde toekennen aan de visuele aspecten van het merk. Zodoende wordt het beroep verworpen.

“75.  In those circumstances, it must be held that a likelihood of confusion between the marks at issue cannot be ruled out, at least for the part of the public that is able to attribute a specific meaning to the expression of which the earlier mark consists. As the earlier mark is an EU trade mark, its unitary character can be relied on in opposition proceedings against any application for registration of an EU trade mark which would adversely affect its protection, even if only in relation to the perception of consumers in part of the European Union (judgment of 18 September 2008 in Armacell v OHIM, C‑514/06 P, EU:C:2008:511, paragraph 57). Consequently, notwithstanding its error in assessing the distinctive character of the earlier mark, the Board of Appeal was right to find that such a likelihood of confusion existed.”

Lees het arrest hier.