Octrooi voor behandeling psoriasis niet inventief

17-05-2016 Print this page
IEPT20160511, Rb Den Haag, Leo Pharma v Sandoz

EP 083  voor een behandeling psoriasis niet inventief: samenbrengen calcipotriol en betamethasondipropionaat in één zalf lag voor vakman voor de hand. Niet inhoudelijk bestreden dat geen prioriteit op DK 561 kan worden ingeroepen. Onduidelijkheid over hoe Grote Kamer over vraag of WO 540 als fictieve stand van techniek is te kenschetsen zou oordelen draagt bij aan kans dat conclusie 1 en 2 bodemprocedure niet overleven.

 

OCTROOIRECHT

 

Kort geding. Leo Pharma brengt onder meer geneesmiddelen op de markt voor uitwendige behandeling van psoriasis met daarin calcipotriol als actief bestanddeel. Psoriasis is een ziekte waarbij cellen in de huid te snel worden aangemaakt, waardoor rode plekken en schilfers ontstaan. Leo Pharma is houdster van Europees octrooi EP 083 voor een “pharmaceutical composition for dermal use comprising caciptriol and betamethanose”. Leo Pharma stelt dat Sandoz inbreuk maakt op EP 083. De vorderingen worden afgewezen.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat als met Leo Pharma wordt uitgegaan van Ortonne als meest nabije stand van de techniek, als verschilmaatregel te definiëren is dat in plaats van beurtelings een zalf met calcipotriol of met betamethasondipropionaat in de morgen of avond ter behandeling van psoriasis toe te passen thans beide stoffen in één niet-waterige zalf/product zijn verwerkt. Het technische effect van die maatregel is dat de therapietrouw wordt verbeterd. Leo Pharma heeft niet aannemelijk gemaakt dat er ook een zogenaamd synergetisch effect bestaat dat bijdraagt aan het technische effect van het octrooi. De probleemstelling is daarom hoe de therapietrouw verbeterd kan worden van (met name: psoriasis) patiënten die de morgen-avond behandeling van alternerende calcipotriol- en betamethason(dipropionaat)-zalf.

 

Sandoz heeft terecht aangevoerd dat de oplossing van conclusie 1 (en 2) van EP 083 om beide producten in één zalf te brengen voor de gemiddelde vakman voor de hand lag. Leo Pharma heeft niets gesteld tegenover de gemotiveerde stelling van Sandoz dat conclusies 3, 4 en 9 geen inventieve maatregelen toevoegen, zodat deze conclusies evenmin een basis voor een verbod kunnen vormen.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat voorts van belang is dat er de nodige twijfel is of de ingeroepen conclusies 1 en 2 van het octrooi prioriteit kunnen baseren op DK 561 en of WO 450 dan de nieuwheid van die conclusies wegneemt. Leo Pharma heeft niet inhoudelijk bestreden dat EP 083 geen beroep op prioriteit toekomt, terwijl dit door Sandoz onderbouwd is gesteld. De vragen of WO 450 vervolgens als fictieve stand van de techniek is te kenschetsen en of dit kan worden gerepareerd door een partiële prioriteit te erkennen, liggen (in een andere zaak) voor bij de Grote Kamer van het EOB (G 1/15). Het is onduidelijk hoe hierover zal worden geoordeeld, maar deze problematiek zal volgens de voorzieningenrechter bijdragen aan de kans dat conclusies 1 en 2 en de andere ingeroepen conclusies van het octrooi een oppositie of bodemprocedure niet zullen overleven. Uit de opmerking die Leo Pharma heeft geciteerd uit de schadeprocedure kan geen erkenning van Sandoz worden afgeleid.

 

Leo Pharma wordt veroordeeld in de 1019h Rv proceskosten, waarop € 30.000 in mindering wordt gebracht, omdat sprake is van kosten voor werkzaamheden die ruim voor het kort geding zijn uitgevoerd en daarom niet in het kader van de onderhavige procedure zijn gemaakt. Het totaalbedrag bedraagt daarom € 91.658,99.


IEPT20160511, Rb Den Haag, Leo Pharma v Sandoz


(kopie origineel vonnis)