Met het gebruik van vergelijkingslijsten maakt Bargello inbreuk op de merken Chanel: Bargello trekt ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van de merken. De merken van Chanel spelen een grotere rol in het verkoopmodel dan noodzakelijk voor een geoorloofde vergelijking. Verweer Bargello dat er geen sprake is van verwarringsgevaar slaagt niet. Verwarringsgevaar geen vereiste voor inbreuk art. 2.20 lid 2 sub c BVIE. Voor oordeel inbreuk is het aantal klanten dat op een imitatie uit is niet relevant. Geen sprake van louter intern gebruik van de lijsten door personeel. Merken vervullen nog steeds dezelfde rol in het communicatieproces wanneer de lijsten slechts door personeel worden gehanteerd. Het enkele tijdsverloop of stilzitten van zes maanden kan geen basis vormen voor rechtsverwerking.
MERKENRECHT
Bodemprocedure. Chanel is houdster van een groot aantal internationale merkinschrijvingen voor de waren in klasse 3, parfums, met werking in de Benelux. Onder deze merken zijn bekende namen als CHANEL, COCO, NO5, ALLURE en EGOÏSTE. Bargello verkoopt in haar winkels parfums. Chanel heeft geconstateerd dat in de winkels van Bargello vergelijkingslijsten zoals deze aanwezig waren:

Chanel stelt dat Bargello door het gebruik van de merken op de vergelijkingslijsten ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van haar merken en dat Bargello daarmee in het kielzog vaart van Chanel. Bargello stelt dat zij toelaatbare vergelijkende reclame maakt omdat zij de geuren aanprijst met ‘vergelijkbaar met’.
De rechterbank volgt het arrest l’Óreal / Bellure (IEPT20090618) dat grote gelijkenissen heeft met onderhavige zaak. In dit arrest overweegt het Hof van Justitie dat imitatie in de zin van de bepalingen omtrent vergelijkende reclame iedere vorm van imitatie of replica omvat (waaronder ook een imitatie van geur), en niet tot namaak in enge zin (waarbij niet alleen de geur maar ook de verpakking en het flesje zou zijn nagemaakt). In casu wekken vooral de tekst van de advertenties en de uithangborden bij de gemiddelde omzichtige en oplettende consument de suggestie van imitatie of namaak. Met de tekst “U merkt geen verschil” wordt zonder meer de suggestie gewekt dat de geur niet slechts vergelijkbaar is, aar juist hetzelfde is. De nogal prominente rol voor de merken op de vergelijkingslijsten (een kaal Bargello nummer wordt direct gevolgd door de bekende parfumnaam in hoofletters) draagt bij aan de suggestie van imitatie. De flyers die Bargello in de winkels heeft liggen waarop zij de geuren als ‘vergelijkbaar met’ aanprijst biedt te weinig tegenwicht tegen de genoemde suggestie. De klant ziet de flyer pas als zij binnen is en niet zeker is dat alle klanten de flyer ook lezen. De merken Chanel spelen dan ook een grotere rol dan noodzakelijk voor een geoorloofde vergelijking in de zin van artikel 6:19aBW.
Het verweer van Bargello dat geen sprake is van verwarringsgevaar kan niet slagen omdat verwarringsgevaar geen vereiste is voor inbreuk op art. 2.20 lid 2 sub c BVIE. Voldoende is dat het publiek een verband legt. Dat slechts een minderheid van de klanten van Bargello (25%) uit is op een ‘imitatie’ van een bestaande merkgeur, maakt niet dat Bargello geen inbreuk maakt. Mogelijk is de schade voor Chanel c.s. minder dan wanneer 100% van de klanten een imitatiegeur koopt, maar voor het oordeel over de inbreuk als zodanig is dat niet relevant.
Het betoog van Bargello dat de lijsten ‘louter intern’ worden gebruikt, en daarmee – zo begrijpt de rechtbank – geen sprake is van inbreuk, is door Chanel op goede gronden weersproken. Ook als de vergelijkingslijsten alleen door het personeel worden gehanteerd vervullen de merken/tekens in het communicatieproces van Bargello met de klant nog steeds (dezelfde) sleutelrol als wanneer de klant ze zelf raadpleegt. Er is daarom geen sprake van louter ‘intern’ gebruik van de merken of overeenstemmende tekens.
Het beroep van Bargello op rechtsverwerking slaagt evenmin. Enkel tijdsverloop of stilzitten kan geen basis vormen voor het aannemen van rechtsverwerking.
Dit leidt tot het oordeel dat Bargello met het gebruik van de vergelijkingslijsten inbreuk maakt op alle ingeroepen merken in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub c BVIE, dan wel artikel 9 lid 2 sub c UMVo.
IEPT20160601, Rb Den Haag, Chanel v Bargello
(ECLI-versie)