Procesrecht. Beroep tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO over de inschrijving van het woordmerk GREEN BEANS voor waren uit de klasse 5, 30 en 32 (dranken). In eerste instantie werd dit verzoek afgewezen. Deze beslissing zou op 20 December 2013 gecommuniceerd zijn, echter meent verzoekster Monster Energy deze beslissing pas 23 juli 2014 te hebben ontvangen. Hierop stelt zij twee procedures in. Een verzoek om herstel in vorige toestand (art. 81 Gemeenschapsmerkverordening 207/2009) en een beroep tegen de beslissing tot afwijzing van het merk bij het Gerecht. Deze zaak gaat over het verzoek om herstel in de vorige toestand van de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de beslissing van afwijzing bij het EUIPO ondanks dat de termijn gemist was. De Kamer van Beroep besloot eerder dat een verzoek om restitutio in integrum niet kon worden toegewezen. Hiertegen komt Monster Energy in beroep bij het Gerecht.
Het beroep faalt. Verzoeker voert vier middelen aan. Het eerste middel dat het Gerecht behandelt ziet toe op een vermeend gebrek aan onderbouwing van de beslissing door de Kamer van Beroep. Hierover stelt het Gerecht dat hoewel de beslissing van de Kamer van Beroep aan de eisen voldeed, de Kamer van Beroep in de eerste plaats geen uitgebreide onderbouwing van haar beslissing om het verzoek af te wijzen hoefde te geven, omdat zij niet bevoegd is om zich over dit verzoek om herstel in vorige toestand uit te spreken. Het zou ten overvloede zijn om dan redenen te geven voor het afwijzen van de beslissing.
"32. […]The reason why the Board of Appeal did not provide a separate statement of reasons for the rejection of the request, which is set out in the application for restitutio in integrum and was repeated in the applicant’s additional written statement, to reinstate the application for registration of an EU trade mark on EUIPO’s register, was also because it dismissed in their entirety the application for restitutio in integrum and the appeal brought before it as having been brought before bodies that were not competent to deal with them, which did not require the repetition of the same explanations in respect of each of the requests arising out of them.”
Het tweede middel van verzoekster stelt dat de Kamer van Beroep de procedure om verzoek om restitutio in integrum heeft overtreden overtrad door te stellen dat het niet toepasbaar is op een situatie waar verzocht wordt om het veranderen van een tijdslimiet voor een beroep bij het Gerecht. Hierover stelde het Gerecht dat de Kamer van Beroep rechtmatig handelde toen zij bepaalde dat zij niet bevoegd is om zich over beroepsmogelijkheden bij het Gerecht uit te spreken. De reden daarvoor is dat de Kamer van Beroep zich dan op de jurisdictie van het Gerecht zou begeven. Dit middel faalt eveneens.
"50. The Board of Appeal was therefore right in declaring itself not competent, like the Registry of the Boards of Apppeal, to examine the application for restitutio in integrum filed by the applicant and the third plea must therefore be rejected.“
Het Gerecht stelt over de overige twee middelen dat deze, gelet op de vorige middelen, niet kunnen leiden tot een verwerping van de beslissing van de Kamer van Beroep en dat deze daarom geen verdere aandacht behoeven. Het beroep faalt in zijn geheel.
Lees het arrest hier.