Concurrentiebeding behelst geen verbod patiënten te behandelen die zich uit eigener beweging tot geïntimeerde hebben gewend

03-11-2016 Print this page
IEPT20160614, Hof Arnhem-Leeuwarden, MCZ

Concurrentiebeding behelst een verbod voor geïntimeerde om werkzaam te zijn in het verzorgingsgebied van MCZ en een verbod tot het overlappen van verzorgingsgebieden. Concurrentiebeding behelst geen relatiebeding . Naar het oordeel van het hof is er sprake van een substantiële overlapping van de verzorgingsgebieden en handelt geïntimeerde in strijd met concurrentiebeding. De verboden door MCZ aan naleving verbonden zijn niet toewijsbaar. De verboden zijn voor geïntimeerde beperkender dan uit het concurrentiebeding voortvloeit. Geïntimeerde heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens MCZ: dat patiënten met geïntimeerde mee zijn overgegaan levert op zich zelf nog geen onrechtmatige concurrentie op. Schorsen concurrentiebeding niet toewijsbaar: concurrentiebeding voldoende bepaald.

ONEERLIJKE CONCURRENTIE

MCZ is een praktijk voor fysiotherapie in Groningen en Haren. Geïntimeerde was in dienst bij MCZ als fysiotherapeut. MCZ heef geïntimeerde op staande voet ontslagen en heeft een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de kantonrechter. Partijen hebben een schikking getroffen. De getroffen schikking houdt in dat MCZ een transitievergoeding betaalt van 2 maanden. Er is niets afgesproken over handhaving of verval van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding. MCZ heeft de vergoeding niet voldaan omdat geïntimeerde in haar ogen het concurrentieverbod heeft overtreden. Geïntimeerde is samen met een derde een praktijk voor fysiotherapie begonnen met een verzorgingsgebied dat buiten het in het concurrentiebeding aangegeven gebied valt. MCZ vordert in conventie geïntimeerde te veroordelen tot onverkorte nakoming van het concurrentiebeding en haar te verbieden werkzaam te zijn als fysiotherapeut in het verzorgingsgebied Groningen Zuid en de gemeente Haren en contacten aan te gaan met de relaties van MCZ. Geïntimeerde vordert in reconventie het concurrentiebeding te schorsen dan wel te matigen. Bij vonnis van 8 maart 2016 heeft de kantonrechter de vorderingen van MCZ in conventie afgewezen omdat het concurrentiebeding geen relatiebeding inhoudt aldus dat het geïntimeerde verboden is om zich als fysiotherapeut te vestigen in het verzorgingsgebied zoals aangegeven door MCZ. Gelet op het voorgaande behoefte de vordering van geïntimeerde om het concurrentiebeding te schorsen geen bespreking. MCZ is hiertegen in beroep gekomen.

Het hof is van oordeel dat het concurrentiebeding behelst dat het geïntimeerde gedurende twee jaar na het einde van het dienstverband met MCZ niet is toegestaan om zodanig concurrerend werkzaam te zijn dat MCZ daarvan substantiële schade ondervindt. Daarom verbiedt het concurrentiebeding geïntimeerde werkzaam te zijn in het voornaamste verzorgingsgebied en mogen de verzorgingsgebieden van MCZ en geïntimeerde ook geen substantiële overlapping hebben. Volgens het hof moet het concurrentiebeding als volgt worden uitgelegd dat het geïntimeerde verboden is om actief potentiële patiënten te benaderen en vervolgens te behandelen. Het staat patiënten echter vrij om zelf een behandelaar te kiezen en omvat het concurrentiebeding geen verbod om patiënten uit het gebied te behandelen die zich uit eigener beweging bij geïntimeerde hebben gewend. Het hof overweegt vervolgens dat er in het concurrentiebeding geen relatiebeding valt te lezen.

Weliswaar heeft geïntimeerde zich net buiten het verzorgingsgebied van MCZ gevestigd, op haar website blijkt dat haar (beoogde) activiteiten mede uitstrekken tot het omschreven verzorgingsgebied van MCZ. MCZ heeft belang bij het naleving van het concurrentiebeding. De verbodsvorderingen die MCZ aan de naleving heeft verbonden gaan echter verder dan het concurrentiebeding. De verboden strekken er toe dat geïntimeerde in het geheel geen activiteiten in het verzorgingsgebied mag verrichten. Gezien het voorgaande zijn deze verboden voor geïntimeerde beperkender dan uit he concurrentiebeding voortvloeit. Het hof volstaat met de veroordeling van geïntimeerde tot onverkorte naleving van het concurrentiebeding zoals door het hof is uitgelegd.

Het hof overweegt dat geïntimeerde niet onrechtmatig handelt jegens MCZ. Het enkel aandoen van concurrentie is op zich zelf nog niet onrechtmatig. Ook de omstandigheid dat verschillende patiënten mee over gegaan zijn naar de praktijk van geïntimeerde levert op zich zelf nog geen onrechtmatige concurrentie op. MCZ heeft niet of onvoldoende onderbouwd dat geïntimeerde door gebruikmaking van patiëntinformatie waarover zij nog beschikte patiënten heeft overgehaald met haar mee te gaan naar haar nieuwe praktijk.

In reconventie oordeelt het hof dat het schorsen van het beding niet toewijsbaar is. Het concurrentiebeding is niet dermate onbepaald dat de handhaving daarvan geïntimeerde in overwegende mate hindert.

 IEPT20160614, Hof Arnhem-Leeuwarden, MCZ

(ELCI-versie
)