Bewijsopdracht aan eiseres omtrent inbreuk concurrentiebeding

12-08-2016 Print this page
IEPT20160615, Rb Gelderland, Douglas

Concurrentiebeding ziet parfumerie en op verkoop parfum. Geen producten verkocht in strijd met concurrentiebeding: producten abusievelijk op websites terechtgekomen en niet verkocht. Of [gedaagden] met bedrijf concurrentiebeding overtreedt komt neer op uitleg (uitzondering op) concurrentiebeding. Douglas krijgt gelegenheid te bewijzen dat bedrijfsvoering van gedaagden is verschoven van schoonheidssalon naar parfumerie voor inbreuk concurrentiebeding.

 

ONEERLIJKE CONCURRENTIE

 

Gedaagden exploiteerden een parfumeriewinkel. Deze winkel werd door Douglas overgekocht. In de koopovereenkomst werd een concurrentiebeding opgenomen, waarin werd bepaalt dat gedaagden gedurende drie jaar niet betrokken bij  een parfumeriewinkel binnen een straal van dertig kilometer mochten zijn. Hierin werd één uitzondering opgenomen, namelijk de schoonheidssalons die gedaagden exploiteerden. Deze mochten door het concurrentiebeding geen producten meer verkopen die ook door Douglas verkocht werden. Douglas stelt dat gedaagden het concurrentiebeding overtreden door de verkoop van parfum in hun schoonheidssalon en het aanbieden van producten die ook bij Douglas verkrijgbaar zijn.

 

De rechtbank oordeelt dat concurrentiebeding niet is overtreden door het aanbieden van bij Douglas verkrijgbare waren op de website van gedaagden. Gedaagden stellen dat hun website abusievelijk nog niet is aangepast, en voeren bewijs dat de waren niet daadwerkelijk door hen verkocht worden. Douglas kan dit niet betwisten. Deze vordering faalt.

 

De rechtbank oordeelt daarnaast dat het concurrentiebeding in het licht van de onderlinge verhoudingen moet worden uitgelegd. Hierin is van belang dat Douglas exclusiviteit ten aanzien van parfumwinkels beoogde. Wanneer de bedrijfsvoering van de schoonheidssalons van gedaagden dusdanig is verschoven dat deze meer lijken op parfumwinkels, dan is dit een inbreuk op het concurrentiebeding. Gedaagden betwisten dat dit het geval is geweest. Douglas biedt aan om bewijs aan te leveren dat de bedrijfsvoering verschoven is. De rechtbank staat dit toe, en legt een bewijsopdracht bij Douglas neer. Verdere beslissingen worden aangehouden.

 

IEPT20160615, Rb Gelderland, Douglas

(ECLI-versie)