Geen spoedeisend belang: VPS (oud) al 9 jaar op de markt zonder sommatie

23-06-2016 Print this page
IEPT20160617, Rb Den Haag, B. Braun v Becton

Geen spoedeisend belang: VPS (oud) al negen jaar op de markt in Nederland en B. Braun heeft Becton nooit gesommeerd, Becton heeft aangekondigd VPS (oud) binnenkort van Nederlandse markt te halen. Niet eerder aanhangig maken vordering in verband met afwachten oppositieprocedure moet voor rekening B. Braun blijven. Geen spoedeisend belang door aangekondigde introductie VPS nieuw: Dagvaarding stelt slechts gemotiveerd waarom VPS oud inbreukmakend is en zwijgt over VPS nieuw en conclusie in voorwaardelijke reconventie waarin VPS nieuw wel aan orde wordt gebracht ziet slechts op reconventionele vordering. Mondeling verzoek tot wijziging/vermeerdering eis verworpen: strijdig met procesreglement en goede procesorde. Dat Becton geen bezwaar heeft om onder de vordering van B. Braun ook VPS nieuw te lezen is niet van doorslaggevende betekenis: voorzieningenrechter kan niet met voldoende mate van aannemelijkheid vaststellen of VPS nieuw inbreukmakend is. Proceskostenveroordeling artikel 1019h Rv: € 243.789,43.

 

PROCESRECHT

 

Kort geding. B. Braun is houdster van het Europese octrooi EP 556 voor een “Needle tip guard for hypodermic needles”. Becton brengt onder de naam Venflon Pro Safety IV Catheter een serie intraveneuze katheters met hypodermale naald en een naaldbeschermingsamenstel op de markt (hierna: VPS of VPS oud). Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft Becton een conceptbrief opgesteld voor haar klanten, waarin wordt aangekondigd dat VPS met een vernieuwd ontwerp (VPS nieuw) per direct beschikbaar is. B. Braun stelt dat Becton inbreuk maakt op haar octrooi. De vorderingen worden afgewezen.

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat B. Braun geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Tussen partijen staat vast dat Becton in Nederland al negen jaar op de markt is met VPS (oud), waarvan zes jaar na de octrooiaanvrage van B. Braun en drie jaar na de verlening van EP 556 in 2013. Voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding heeft B. Braun Becton nooit gesommeerd, niet voorafgaand aan de verlening van het octrooi en ook niet daarna. Onder deze omstandigheden is het spoedeisend belang in beginsel verloren gegaan. Daar komt bij dat Becton heeft aangekondigd VPS oud op zeer korte termijn in Nederland van de markt te halen, zodat ook in dat opzicht niet valt in te zien welk spoedeisend belang Braun nog bij haar vordering heeft.

 

Ook wordt overwogen dat het niet eerder aanhangig maken van een kort geding voor de rekening van B. Braun moet blijven. Daarnaast zorgt de aangekondigde introductie van VPS nieuw niet voor spoedeisend belang. De dagvaarding stelt namelijk slechts gemotiveerd waarom VPS oud inbreukmakend is, terwijl er wordt gezwegen over VPS nieuw. De conclusie in voorwaardelijke reconventie waarin VPS nieuw wel aan de orde wordt gebracht ziet alleen op de reconventionele vordering. Als B. Braun ook ten aanzien van VPS nieuw in deze procedure een voorziening had gewenst, had zij (de grondslag van) haar eis in conventie tijdig moeten wijzigen of een nieuw kort geding aanhangig kunnen maken.

 

Voor zover het betoog ter zitting van B. Braun is mondeling verzoek tot wijziging/vermeerdering van de (grondslagen van haar)  eis moet worden begrepen wordt dit verzoek afgewezen. Het verzoek is namelijk in strijd met artikel 11.1 van het procesreglement niet tijdig op schrift gesteld. Daarnaast is een dergelijke tardieve eiswijziging in een (relatief complexe) octrooizaak volgens de voorzieningenrechter evident in strijd met de goede procesorde.  Dat Becton geen bezwaar heeft om onder de vordering van B. Braun ook VPS nieuw te lezen is niet van doorslaggevende betekenis, omdat de voorzieningenrechter niet met voldoende mate van aannemelijkheid vaststellen of inbreuk wordt gemaakt door VPS nieuw, zodat het verbod alleen daarom al zou moeten worden afgewezen. B. Braun wordt veroordeeld in de artikel 1019h Rv proceskosten voor de conventie van € 243.789,43. B. Braun heeft de redelijkheid van de kosten niet bestreden.

IEPT20160617, Rb Den Haag, B. Braun v Becton

(ECLI-versie)