Voorlopig getuigenverhoor 11 getuigen toegewezen: dat verzoeker wellicht niet slaagt in bewijs leidt niet tot misbruik van recht. Ook geen misbruik van recht doordat verzoeker zich wil beraden op in recht betrekken van andere (rechts)personen: niet gebleken dat hij getuigen enkel wil oproepen om ze later in rechte te betrekken en horen partijgetuigen inmiddels verankerd in artikel 164(1) Rv. Zwaarwegend belang verzoeker. Horen één getuige afgewezen: heeft in vroeg stadium werk als regisseur naast zich neergelegd zodat verzoeker geen belang heeft.
PROCESRECHT
Beschikking. Eiser heeft zijn levensverhaal opgetekend in een boek genaamd “De Straatvechter, mijn verhaal”. Dutch Mountain wilde met VPRO een vierdelige dramasering produceren, geïnspireerd op de gebeurtenissen rondom de familie Moszkowicz. Hiertoe zijn gedaagden benaderd om een scenario voor de serie te vervaardigen. Eiser heeft conservatoir bewijsbeslag laten leggen. Bij vonnis van 27 mei 2016 (IEPT20160527) zijn gedaagden bevolen te gedogen dat DigiJuris inzage krijgt in de in beslag genomen bescheiden om vast te stellen of inbreuk is gemaakt op de “bedscène uit het boek “De Straatvechter, mijn verhaal”. Eiser verzoekt nu om een voorlopig getuigenverhoor van 12 mensen. Het verzoek wordt toegewezen op het horen van één getuigen na.
Verzoeker heeft voldoende toegelicht wat het feitelijke gebeuren is dat hij wenst te bewijzen en genoegzaam toegelicht waarom in zijn ogen sprake is van onrechtmatig handelen van verweerders en dat hij hierdoor schade heeft geleden of zal gaan leiden. De omstandigheid dat verzoeker wellicht niet zal slagen in het bewijs betekent op zichzelf niet dat sprake is van misbruik van recht om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken of daarbij geen rechtens te respecteren belang heeft.
Verzoeker heeft ook verklaard zich nader te willen beraden over de vraag of naast verweerders nog andere (rechts)personen door hem in rechte zullen worden betrokken. Hoewel de Hoge Raad in 1963 heeft overwogen dat er misbruik van recht kan zijn als in een toekomstig aan te spannen geding een of meer van de te horen getuigen direct of indirect als wederpartij zullen betrokken en gegevens kunnen worden verkregen voor een andere procedure. In casu is er echter geen sprake van misbruik van recht volgens de rechtbank, omdat niet is gebleken dat verzoeker de getuigen met dit enkele doel wil oproepen en omdat het horen van partijgetuigen inmiddels is verankerd in artikel 164(1) Rv.
Verzoeker heeft een zwaarwegend belang bij zijn verzoek om getuigen op te mogen roepen, omdat het hem de gelegenheid biedt vooraf opheldering te verkrijgen omtrent (hem wellicht nog niet precies bekende) feiten, zodat hij in staat is zijn positie beter te beoordelen, met name ook over de vraag tegen wie het geding moet worden aangespannen. Het belang weegt naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het belang van verweerders om gevrijwaard te blijven van een ontmoedigend getuigenverhoor. Dat er een groot aantal getuigen wordt opgevoerd is in het algemeen niet in strijd met de goede procesorde. Alleen voor één getuige wordt het verhoor afgewezen, omdat onweersproken is gebleven dat hij in een vroeg stadium zijn taak als regisseur naast zich neer heeft gelegd. Hierdoor heeft eiser onvoldoende belang bij het horen van deze persoon.