Spoedeisend belang: eisers kunnen door concurrentiebeding niet meer in hun levensonderhoud voorzien. Concurrentiebedingen geschorst. FBD heeft geen belang bij concurrentiebedingen eisers: geen sprake van te beschermen door FBD overgedragen know how. Door FBD onvoldoende onderbouwd dat sprake is van franchising.
ONEERLIJKE CONCURRENTIE - FRANCHISING
FBD is een franchisehouder die het mogelijk maakt voor professionals in het bankwezen om zich op de markt te profileren. Eisers waren professionals en franchisenemers bij FBD. In de franchiseovereenkomst van FBD is een concurrentiebeding opgenomen, hetgeen franchisenemers verbiedt na afloop van hun contract gedurende één jaar werkzaam te zijn binnen de bancaire sector, of enige activiteit met cliënten te ondernemen. FBD merkte in eerste instantie haar franchisenemers aan als ZZP’ers, hetgeen hen fiscaal voordeel gaf. Dit veranderde in 2014, waardoor het fiscaal voordeel van de franchisenemers verloren ging. FBD deelde dit echter pas in 2015 mede. Eisers stellen dat de overeenkomsten die zij in 2014 gesloten hebben nietig of vernietigbaar zijn, en vorderen schorsing van het concurrentiebeding. De vorderingen worden toegewezen.
De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat sprake is van spoedeisend belang, omdat eisers momenteel niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belangrijkste doel van postcontractuele bedingen in een franchiseovereenkomst het beschermen van know-how is. Eisers maken aannemelijk dat FBD geen know-how heeft overgedragen, waardoor FBD geen rechtens te maken belangen heeft bij het concurrentiebeding. Voorts wordt overwogen dat onvoldoende onderbouwd is dat sprake is van franchising. De feitelijke werkwijze van partijen ten opzichte van de klanten (banken) geeft eerder aanleiding om hier te spreken van detachering van hoog gekwalificeerd personeel.