Gerede kans dat octrooi voor “beveiligd IV katheter” nietig wordt verklaard wegens toegevoegde materie

04-07-2016 Print this page
IEPT20160628, Hof Den Haag, B. Braun v Safemedic en Troge
(Met dank aan Ricardo Dijkstra, Vondst Advocaten)

Grondslagwijziging geweigerd: krachtens twee-conclusieregel had B. Braun grondslagwijziging uiterlijk bij MvG moeten doen. B. Braun heeft niet onvoorwaardelijk afstand gedaan van oorspronkelijke grondslag. Serieuze, niet te verwaarloze kans dat EP 487 door TKB in oppositieprocedure niet in stand wordt gehouden: reeds ten aanzien van EP 486 dat zelfde oorspronkelijke aanvrage heeft als EP 487 geoordeeld dat sprake is van toegevoegde materie. Indien octrooi oppositieprocedure overleeft serieuze, niet te verwaarlozen kans dat octrooi wordt vernietigd in nationale nietigheidsprocedure: weglaten “clamping means” zorgt voor toegevoegde materie.

 

PROCESRECHT - OCTROOIRECHT

 

Hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 23 december 2013, waarin is geoordeeld dat er een serieuze kan is dat het octrooi EP 487 voor een “beveiligd IV katheter” nietig zal worden verklaard.

 

Op 11 april 2016 heeft B. Braun aanvullende productie 30 ingediend, bestaande uit de “instructions for use”  van de Tro-Vensite. Safemedic en Troge hebben bezwaar gemaakt tegen deze productie, alsmede tegen het alsnog aanvoeren van de stelling door B. Braun dat de Tro-Vensite voldoet aan het deelkenmerk “until it clamps onto the needle shaft”, omdat in eerste aanleg noch in memorie van grieven zou zijn aangevoerd dat Tro-Vensite voldoet aan dit deelkenmerk. Het hof weigert de productie en de stelling. Op grond van de twee-conclusieregel had B. Braun de grondslagwijziging  uiterlijk bij memorie van grieven moeten doen. Geen van de uitzonderingen op de twee-conclusieregel is van toepassing.

 

De vorderingen van B. Braun moeten niet zoals Safemedic en Troge hebben aangevoerd meteen worden afgewezen. B. Braun heeft niet onvoorwaardelijk afstand gedaan om de zaak te bepleiten op basis van het octrooi zoals dat oorspronkelijk is verleend. De mededeling van de advocaat van B. Braun ter zitting dat B. Braun zich uitsluitend wenste te beroepen op het gewijzigde octrooi zoals door de opposition division geldig geacht, is gedaan in het kader van de bespreking van de toelaatbaarheid van de stelling dat de Tro-Vensite voldoet aan het deelkenmerk “until it clamps onto the needle shaft”. In de mededeling lag dus de voorwaarde besloten dat de stelling zou worden toegelaten.

 

Het hof overweegt dat de technische kamer van beroep (TKB) ten aanzien van EP 486 in zijn beslissing van 31 juli 2014 (T222/12) met betrekking tot EP 486 beslist dat uit de oorspronkelijke aanvrage – die dezelfde is als de oorspronkelijke aanvrage van EP 487 – volgt dat het hebben van een clamping element essentieel is voor de daarin geopenbaarde uitvinding en dat het weglaten van dat element in de conclusies voor toegevoegde materie zorgt. Het is niet aannemelijk dat de TKB hier in het kader van EP 487 anders over zal oordelen. Los daarvan oordeelt het hof dat zelfs als het octrooi de oppositieprocedure van de TKB zou overleven er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het octrooi in een nationale nietigheidsprocedure niet geldig zou zal worden geacht wegens toegevoegde materie.  De incidentele grief van Safemedic en Troge faalt.

 

IEPT20160628, Hof Den Haag, B. Braun v Safemedic en Troge
 

(kopie origineel vonnis)